Dit zie je elk voorjaar en begin van de zomer op het noordelijk halfrond. En zoals je zegt, het is ook heel goed te verklaren. Koude oppervlakten (in relatie tot hun omgeving) vormen een katalysator voor hogedrukvorming, warme oppervlakten (in relatie tot hun omgeving) genereren lagedrukvorming.
In het voorjaar en eerste helft zomer: water relatief koud (hogedruk) + land relatief warm (lagedruk) = veel noordelijke stromingen;
In de herfst: water relatief warm (lagedruk) + land relatief koud (hogedruk) = veel zuidelijke stromingen.
Quote selectie
( 230)