De grootste stijging van de gemiddelde T is, met vrij ruime afstand, februari. Gevolgd door januari. De maanden april, mei en december zijn allemaal in gelijke mate opgewarmd. Duidelijke achterblijvers zijn augustus t/m november. Let wel: onderstaande is een vergelijking van het lopend gemiddelde (t/m maart 2019) tov. de norm 1981-2010 en dus feitelijk de opwarming van de huidige decade!
Naar zon en neerslag heb ik niet gekeken voor de overige maanden, maar het lopende gemiddelde voor april in zonuren is (t/m 2018) 182,5 uur tegen een norm van 173,6 uur (oude norm zelfs 158,2 uur). April is dus ontegenzeggelijk ontzettend veel zonniger geworden.
Voor de neerslag geldt nu een lopend gemiddelde van 44,1mm, wat 2 mm boven de huidige norm ligt van 42,1 en 0,4 lager dan de oude norm van 1981-2010. Nauwelijks enige verandering dus. Maar april wordt wel gekenmerkt door zeer grote variaties in neerslag, van het droogste jaar met 0.3mm neerslag tot iets meer dan 100mm. Van de jaren na 2010 staan er overigens 2 in de top20 voor wat betreft de hoeveelheid neerslag: 2016 en 2018 waren natte april maanden (10e en 15e plek). Doen we hetzelfde maar dan andersom, dan zitten er 3 jaren na 2010 in de top20 droogste maanden: 2011, 2013 en 2015.
Column1 Lopend gemiddelde Gem. 1981-2010 T stijging Januari 3,6 3,1 0,5 Februari 3,92 3,3 0,62 Maart 6,54 6,2 0,34 April 9,64 9,2 0,44 Mei 13,56 13,1 0,46 Juni 15,99 15,6 0,39 Juli 18,23 17,9 0,33 Augustus 17,75 17,5 0,25 September 14,67 14,5 0,17 Oktober 10,97 10,7 0,27 November 6,93 6,7 0,23 December 4,15 3,7 0,45