Omdat voor het eerst sinds meer dan een jaar de kans erin zit dat we nog eens een duidelijk té frisse/koude maand gaan meemaken, heb ik even opgezocht hoe uitzonderlijk zoiets geworden is.
Wanneer we terugkijken naar de periode vanaf 2005, zien we dat er van de 172 maanden maar liefst 73 een afwijking hadden van één graad of meer in positieve zin, dit in vergelijking met het klimatologisch gemiddelde 1980-2010.
Tegenover die 73 duidelijk te warme maanden, staan er slechts 23 te koude.
Nog straffer vind ik: het aantal normale maanden (afwijking van minder dan één graad in beide richtingen) is met 76 nauwelijks hoger dan het aantal duidelijk te warme.
Ik wist wel dat het allemaal bijzonder snel gaat momenteel, maar dat het zo compleet uit balans is geraakt: daar schrik ik zelfs van. Laten we hopen dat mei 2019 eindelijk nog eens voor een koele maand kan zorgen, of nog beter: de aanzet is voor de koele, wat mij betreft zelfs kille zomer.
En nog een bedenking: wanneer we binnenkort als referentie-normalen de periode 1990-2020 gaan nemen, gaan de "normale" gemiddelden ineens een héél stuk naar boven. Ik vermoed zelfs met bijna een volle graad...