De ochtenduitvoer van GFS00z schetst een scenario dat gisteren ook al zichtbaar was. Op de korte termijn is het allemaal redelijk in kannen en kruiken, zij het dat verschillen in de timing van de winddraaiing morgen grote gevolgen hebben voor eventueel onweer. De lange termijn is ongewis: wat gaat het Biskajelaag precies doen, dat is de vraag.
In fase (A) is er weinig spreiding tussen de verschillende members. We zien vandaag en morgen de eerste opstoot van warme lucht (1) die ons land bereikt. Dat betekent oplopende temperaturen tot lokaal tropische waarden. Morgen gaat de wind om naar west met vooral in de oostelijke helft onweerskansen. In het thermisch dal (2) dat volgt is het patroon niet cyclonaal genoeg voor neerslag: het blijft vrijwel droog met zon, wat wolken, maritieme aanvoer dus temperaturen rond 20-22 graden. Vervolgens komt de tweede opstoot van warmte (3) onder invloed van een laag dat vanaf de VS naar de Golf van Biskaje trekt en bij ons de warme lucht uit het zuiden erin zuigt. Ook hiervoor is grote steun in het ensemble. Daarna begint fase (B) waarin de spreiding enorm toeneemt. Er zijn twee scenario's te onderscheiden die ik onder onderstaande afbeelding uiteenzet.
Goed te zien is dat de spreiding na de 25e enorm toeneemt: de witte band wordt dan ineens dikker, het ensemble waaiert meer uiteen

In een meerderheid van de members (circa 60%) trekt de Biskajeput die bij ons de warme lucht er rond 24/25 juni inzuigt noordoostwaarts weg. Hierdoor wordt bij ons snel een eind gemaakt aan de opstoot van warmte met mogelijk onweer. Toch is bij deze members een hernieuwde opstoot van warmte uit het zuiden hierna mogelijk.

Een minderheid van de members (circa 40%) kiest voor onderstaand of een vergelijkbaar scenario waarin de trog westelijker blijft plakken. Hierdoor kan het continent tegengas geven en blijven wij onverminderd in de warme lucht zitten of op het grensvlak tussen warme en relatief koele lucht. Afhankelijk van hoe oostelijk de cyclonale invloed reikt is onweer mogelijk, geeft het continentale hoog meer tegengas dan is het stabieler.

Verder valt op hoe droog het ensemble gemiddeld is. De Oper maakt het wel erg bont met over een periode tot +384 uur landelijk gezien slechts een millimeter of 10 aan neerslag. Hiervan moet een deel ook nog de komende dagen vallen in de vorm van onweersbuien. Het zal allemaal afhangen hoe ver wij onder invloed komen van de trog. Op het grensvlak tussen warmte en koelte moet veel onweer mogelijk zijn. De situatie op de Europese weerkaarten is verder in ieder geval getekend door veel hogedruk de komende tijd.