Je neemt wel aan dat de distributie van de waarden en extremen niet veranderd, aangezien je alleen het gemiddelde met 0,9 graad verschuift. Mocht dat wel het geval zijn dan gaat dat invloed hebben op de waarschijnlijkheid van een 40+.
Ja, er zijn nog wel meer opmerkingen te maken (o.a. de warmste zomerdag valt in 75% van de gevallen tussen 1 juli en 15 augustus, dit maakt dat je deze kansen iets minder kan toepassen op extremen buiten die periode).
De dertigjarig gemiddelde (gecentreerde) zomertemperatuur over 1989-2018 (rond 2004) was 1,2 graden boven het gemiddelde 1901-2006. We zijn dus al ruim boven die 0,9 graden.
Grafiek hieronder is actuele reproductie, maar op basis van de homogene data van het KNMI. Hierdoor is het referentiegemiddelde over 1901-2006 iets gedaald. Toen ik het artikel schreef, zaten we op +0,7 graden met de nieuwe data, in het laatste 30-jarig gecentreerd gemiddeld dus op +1,2 graden.