Hoe kan het dat het verschil tussen T2m en T850 hPa tussen begin april en 21 juni nauwelijks toeneemt?
Op een gegeven moment (bij voldoende zonkracht) is bij een droge en goed gemengde luchtlaag het droog-adiabatische temperatuurverval bereikt (die loopt parallel aan de droog-adiabatische lijnen in een Skew-T diagram). Dat wil zeggen: groter dan dat kan het temperatuurverval niet worden. Ja, soms dichtbij het aardoppervlak super-adiabatisch, maar dat is vaak alleen maar het geval in de onderste honderd tot tweehonderd meter en heeft derhalve nauwelijks tot geen invloed op ΔTx-T850 (die over een luchtlaag van anderhalve kilometer berekend wordt).
Vandaar dat je tussen begin april en begin september steeds dezelfde ΔTx-T850 ziet. Rond begin april is de zon zo krachtig geworden, dat het droog-adiabatische temperatuurverval bij een droge menglaag bereikt wordt. Meer dan dat temperatuurverval kan het - uitgezonderd de onderste 100 à 200 meter - niet worden.
Ook het dipje begin december vind ik opvallend.
Begin december zijn de bovenluchten vaak nog vrij warm. Maar de korte dagen en zwakke zonkracht veroorzaken wel flinke afkoeling in de grenslaag. Dit veroorzaakt vaak stevige inversies rond eind november / begin december. Daardoor is het verschil dan zo klein. Later in de winter koelen de bovenluchten vaak sterker af en wordt het verschil tussen bovenlucht en grond groter.
Quote selectie