Grofweg zie ik in het 12z-ensemble van GFS drie fases naar voren komen
1) De huidige fase waarin we enkele dagen te maken hebben met een westelijke tot zuidwestelijke stroming. Vooral op zaterdag is er op uitgebreide schaal kans op neerslag als een storing vanuit het westen passeert. De temperaturen liggen over het algemeen tussen de 20 en 25 graden
2) De trog op de Oceaan blijft ten westen plakken waardoor de stroming naar zuid gaat en er zeer warme lucht aangevoerd wordt. Dit stimuleert tegelijkertijd hogedrukvorming boven onze omgeving waardoor het enkele dagen warm en zonnig is: in het binnenland zijn tropische temperaturen mogelijk

3) Daarna wordt het beeld zeer onzeker. Zoals je ziet is de bandbreedte groot (groot wit gebied) waardoor we er eigenlijk nog weinig over kunnen zeggen. Er zijn grofweg twee opties te onderscheiden die ik toch kort wil bespreken. Ik noem ze even optie (a) en optie (b). Optie (a) kiest voor een trog op de Oceaan en bij ons opbouw van een hoog met zéér warme condities. Optie (b) kiest na de warmte-opstoot van volgende week voor het sneller oostwaarts trekken van de trog met bij ons afkoeling en toenemende buienkans. Je ziet dat duidelijk in het ensemble terug: er komen op LT meer neerslaglijntjes.

Bij optie (a) blijft de trog op de Oceaan steken en bouwt zich in onze omgeving (of net ten noorden/oosten) een sterk hoog op. Hierdoor blijft de warmte hangen waardoor we langdurig zomerse tot tropische omstandigheden tegemoet kunnen zien. Dit is een potentieel hittegolfscenario.

Bij optie (b) dringt de trog oostelijk op waardoor wij met maritieme invloeden te maken krijgen. De temperaturen pakken dan veel lager uit en er is af en toe en bui.

Kortom: de warmte komt er, maar het kan een kortdurende opstoot worden of een langer verhaal. Daarover is nu nog niet zoveel te zeggen.