De komende week staat in het teken van wisselvallig zomerweer waarbij we geleidelijk met een zonaal patroon te maken krijgen. In deze westelijke stroming passeren geregeld gebieden met verhoogde onstabiliteit waarbij kans is op regen of enkele buien. De verschillen in het land zullen echter wel prominent worden. De stroming heeft vaak een lichte zuidwestelijke component, waardoor de zuidoostelijke helft het met veel minder neerslag moet doen. Belgisch Limburg blijft het droogst, Noord-Holland, Friesland en de Wadden mogen de meeste neerslag verwelkomen. De analyse ziet er als volgt uit:
1) Een wisselvallige periode dient zich aan. Dinsdag passeert een hoogtetrog ons land van west naar oost. Hierna komen we dieper in de polaire lucht terecht, waarbij de stroming zonale neigingen krijgt. De jetstream is west-oost (soms licht meanderend) op ons land gericht. Geregeld passeren gebieden met verhoogde onstabiliteit en regen of een bui. De nieuwste EC-pluim (00z) is duidelijk natter dan het GFS00z-ensemble (zie onderstaande afbeelding). Voorkeursgebied voor de meeste nattigheid uiteraard de noordwestelijke kustgebieden: koudste bovenluchten, dichtstbij de cyclonaliteit én het warme zeewater voor de deur. De temperaturen zijn komende week gemiddeld iets onder normaal.
Hieronder zie je zowel het ensemblegemiddelde aan neerslag van GFS als EC. Zoals je ziet is EC duidelijk natter dan GFS. In beide modellen is wel te zien dat de voorkeur voor veel neerslag de komende 15 dagen conform klimatologie op de noordwestelijke helft van Nederland ligt
2) Na de 21e (de lange termijn dus!) is de situatie ongewis en complex. Een deel van de members van zowel GFS als EC laat het westelijke stromingspatroon voortduren met daarbij geregeld een bui en relatief gematigde temperaturen (optie A). Een ander deel van het ensemble laat een rug boven onze omgeving of ten oost opbouwen waarbij we met meer hogedrukweer te maken krijgen, droge condities en mogelijk warmere lucht vanuit het zuiden (optie B). Gezien de termijn en de grote bandbreedte van de pluim (onvoorspelbare atmosfeer) is nog weinig tot niets te zeggen over de precieze uitkomst. Dat heb ik dan weer van Koos geleerd
. 
Op de zeer lange termijn lopen de opties flink uiteen. De bandbreedte van het ensemble (en de EC-pluim) neemt dan ook flink toe. Er is een deel van de members die de invloed van lagedruk uit het westen (zij het in bescheiden vorm) laat voortduren met vaak westenwinden (optie A). Een ander deel van de members laat een rug zich opbouwen boven het continent met bij ons mogelijk aanvoer van warmere lucht, al dan niet tijdelijk (optie B). 
De windroos voor de komende week is duidelijk: vaak winden vanaf de Oceaan waarbij er een zuidwestcomponent voorzien wordt. Dit betekent dat het diepere binnenland (zeker de Limburgen, de Achterhoek en Twente) potentieel droger blijven. De meeste neerslag valt in een strook van Zuid-Holland via NH richting Friesland en de Wadden (kustconvergentie, warm zeewater)