Toekomstprojecties met klimaatmodellen geven over het algemeen relatief kleine veranderingen in relatieve vochtigheid nabij het aardoppervlak (in de atmosferische grenslaag). Dit gedrag kan ook worden begrepen uit de energiebalans van het oppervlak (zie Held en Soden, 2006). Boven de continenten wordt er in de zomer wel een afname van de relatieve vochtigheid van 1-2 % per graad opwarming gesimuleerd door klimaatmodellen, in het bijzonder voor gebieden die gevoelig zijn voor grootschalige uitdroging van de grond (O’Gorman en Muller, 2010). Dit zijn vooral grote gebieden in Zuid en Oost Europa. Voor Nederland is het effect van een grootschalige en algemeen optredende bodemuitdroging waarschijnlijk relatief klein (hoewel dit voorjaar misschien anders doet vermoeden) en zal de relatieve vochtigheid ongeveer constant blijven. Het is dus zeer waarschijnlijk dat een toenemende temperatuur in Nederland ook daadwerkelijk leidt tot een toename van de luchtvochtigheid.