Moeilijke kost hoor.

Bericht van: Mark (Noordwolde, Groningen) , 01-10-2019 17:07 

Meteen in de introductie al een term waar ik nog nooit van heb gehoord: NAM (Northern Annual Mode), gelukkig slechts een maat voor de breedtegraad waarop de straalstroom ligt. Hoe zuidelijker, hoe negatiever. Net als de NAO geeft een negatieve fase dus meer kans op winterweer. De fase wordt (mede) door de stratosfeer en de MJO (Madden-Julian Oscillation) bepaald. Eerder onderzoek wees uit dat de kans op negatieve NOA/NAM-fase kleiner is bij een (sterke) MJO-fase 2,3 en 4 en groter bij 7-8. Of heeft meester Sebastiaan dat er nog steeds niet in kunnen rammen? 😉

Maar hoe loopt de invloed van de MJO op de NAO? Dat kan namelijk ook via de stratosfeer lopen. Je weet wel, die luchtlaag waar we juist wél opwarming willen zien. Omdat de troposfeer weer de NAO beinvloedt, heeft de MJO mogelijk op twee manieren invloed op de NAO. De centrale vraag van het artikel luidt daarom: loopt de invloed van de MJO op de NAO volgens de troposferische (directe) of stratosferische (indirecte, via de polaire wervel) route?

De MJO blijkt weinig te zeggen te hebben als de neuzen van NAO en PV dezelfde kant op staan: geen vinger tussen te krijgen als beide positief zijn. Hoewel, de NAO lijkt in zulke gevallen na MJO-fase4/5 nóg vaker nóg positiever. En als de neuzen in negatieve zin dezelfde kant opstaan, maakt de MJO-fase ook relatief weinig uit. Doch ook hier zijn kleine verschillen. Zo is de mate van en kans op negatieve NAO groter na fase 7/8 en 8/1 (met een vertraging van zo'n 15-20 dagen).

De troposferische route bestaat. Namelijk het effect van MJO op PV, met een vertragingstijd van zo'n 10 dagen. Dat effect houdt bij een negatieve PV het meest verband met fase 6/7 (en positieve met 2/3). Het indirecte effect is dan de invloed van de MJO via de PV op de NAO. Die heeft op zijn beurt weer een vertraging van 5 dagen. Het blijkt dat als de MJO in fase 2/3 tot en met 5/6 zit, de kans groter is op een positieve NAO 15 dagen later. Het omgekeerde geldt voor MJO-fases 6/7, 8/1 en 1/2. Naarmate de polaire wervel (PV) minder krachtig is, nemen de correlaties tussen MJO en NAO sterk af. Alle verbanden zijn sterker in de lagere (100hPa) dan in de hogere (50hPa) atmosfeer.

Om het wat ingewikkelder te maken: de NAO heeft op haar beurt weer invloed op de MJO. Dat laat ik nu verder rusten. Dat geldt ook voor de invloed die de PV op MJO kan hebben in fase 1/8.

Dus: de poalire wervel laat alleen MJO-invloed toe als die meewerkt om de NAO in dezelfde richting (positief of negatief) als de wervel te krijgen. In dat geval neemt die kans met ongeveer 30% toe. Weer anders gezegd: de NAO is ongevoelig voor MJO als de PV in een tegengestelde waarde zit. Als ik het goed begrijp, is er voor de winterliefhebber dus alleen via de stratosferische route hoop wanneer de kaarten hopeloos (lees: positieve NAO) en de stratosfeer ijskoud is.

 

Graag aanvullingen en verbeteringen, want om nou te zeggen dat ik het echt snap...

Bericht laatst bijgewerkt: 01-10-2019 17:33

Relatie MJO en NAO via de troposfeer en stratosfeer (edit)   ( 486)
sebastiaan (bussum) -- 01-10-2019 10:24
Moeilijke kost hoor.   ( 127)
Mark (Noordwolde, Groningen) -- 01-10-2019 17:07