Bij GFS, afwachten of dat er van komt. Zo ja, dan een flinke impuls voor een WC. N of meer zuidelijke gericht weet ik niet.
Voor nieuwkomers. NAM is een ander woord voor AO. Van Jan Visser in 2001!: Ondertussen komt steeds vaker de Arctische Oscillatie, afgekort AO, voor het voetlicht. De AO beschrijft het patroon van de luchtdruk nabij de oppervlakte op het Noordelijk Halfrond en is van invloed op de sterkte en ligging van de straalstroom. Bij een sterke AO (groter drukverschil tussen de polaire en subtropische gebieden) zijn de winters bij ons zacht en nat, bij een zwakke AO is er een grotere kans op droog en koud weer. De sterkte van de AO wordt mede bepaald door winden in de stratosfeer. Dat is het deel van de atmosfeer tussen 12 en 50 kilometer. Omdat lange tijd werd gedacht dat het stratosferische windpatroon, dat fases kent die lange tijd kunnen aanhouden, niet van wezenlijk belang was voor het weer nabij het aardoppervlak, is er in het verleden weinig onderzoek naar verricht. De door de mens veroorzaakte toename van kooldioxide en afname van het gas ozon leidt in de stratosfeer tot sterkere winden en daarmee tot een sterkere AO en dus een kleinere kans op koude winters.
