De cijfers van gevolgen van klimaatverandering voor Nederland geven aan dat de gemiddelde jaartemperatuur met 1,5 - 2 graden is gestegen. Echter, de hele warme dagen en het gemis aan koude dagen, lijkt mij boven die stijging te komen. Laat ik het uitleggen.
In de zomer waren de echt hete dagen vroeger 35 graden max, nu is dat 40 graden. In de winter kwam een temperatuur van onder nul regelmatig voor, nu slechts sporadisch. In deze twee extremen van de jaartemperatuurcyclus lijkt het wel of de temperatuur harder is gestegen dan de gemiddelde jaartemperatuur. Dat kan komen omdat deze extreme dagen maar weinig voorkomen en weinig invlied hebben op de totale gemiddelde jaartemperatuur. Klopt dat beeld? Statistici met kerstvakantie die zich getriggerd voelen dit verder uit te zoeken?
Resultaat kan zijn dat zomers veel warmer worden en koude winters eigenlijk niet meer voor zullen komen, terwijl de totale temp stijging 'beperkt' blijft.
Met algemeenheden als "vroeger" en "regelmatig" of "sporadisch" kunnen we weinig.
Over die wintertemperaturen: kijk eens naar het gemiddeld aantal vorstdagen. Natuurlijk is dat afgenomen, maar niet van regelmatig naar sporadisch. In 2018 nog 48 vorstdagen. Zelfs de non-winter van 2014 (K=0) nog 21 vorstdagen in De Bilt. Daartegenover was onder de 50 uitzondering in de jaren 60.
Op basis van statistiek zou kunnen worden uitgezocht of bij gelijkblijvende statistische verdeling van temperaturen deze afname te verklaren is. Is dit niet het geval, wat jij suggereert, dan is de temperatuurverdeling veranderd. Dat zou kunnen samenhangen met veranderde stromingspatronen en/of versnelde opwarming van de koude brongebieden. (Lapland, Europees Rusland en Siberië). Dat laatste lijkt me geen gekke veronderstelling; van noord-oost Siberië is bekend dat de opwarming daar al veel sterker is dan bij ons. Vroeger heette het: in Verchojansk is de januari-temperatuur gemiddeld -50. Dat is al opgelopen tot dichtbij -45.
Groet,
Cees