Het onderzoek richtte zich op blootstelling voor langere tijd, je kunt je voorstellen dat de mens in het jaar 2100 100% van de tijd blootgesteld wordt aan hogere concentraties. Dat is dus duidelijk iets anders dan tijdelijke blootstelling in een onderzeeër waar ze dit natuurlijk ook nog kunnen beïnvloeden en bij te hoge waarden kunnen ingrijpen.
Maar ze hebben geen data van de blootstelling over langere tijd. Ze extrapoleren data van een acute verhoging naar een chronische, dat is in de biologie lang niet altijd geldig. Ze geven ook geen bewijs of argumenten die de geldigheid daarvan aantonen.
Het meest opmerkelijke vind ik nog wel dat ze RPC8.5 presenteren als het meest waarschijnlijk. Veruit de meeste klimatologen beschouwen dat juist als een erg onwaarschijnlijk scenario, een bovengrens. Interessant om de modellen mee te testen, maar absoluut niet het meest waarschijnlijk scenario.
The end point CO2 concentrations in 2100 for RCP2.6, RCP4.5, RCP6 and RCP8.5 are 420 ppm, 540 ppm, 625 ppm and 930 ppm, respectively (van Vuuren et al. 2011). While it may be too early to tell which RCP will become closest to reality, RCP8.5 is widely considered to be the business–as–usual scenario, and global emission estimates to date do not point to a detectible divergence from that pathway(Le Quéréet al. 2018).
De klimatologische kennis van de auteurs laat dus nog wel wat te wensen over.
https://www.carbonbrief.org/explainer-the-high-emissions-rcp8-5-global-warming-scenario