Even een zijsprongetje. Ik hou van Feyenoord. Die club presteert nogal wisselvallig en speelt soms voetbal dat niet om aan te zien is, zo slecht. De opbouw verloopt traag, de keeper vertoont soms rare fratsen, we hebben een spits zonder zelfvertrouwen en de enige voetballer met échte klasse (Berghuis) kan net zo goed een duel lang volledig onzichtbaar zijn.
Maar toch blijft het mijn club. Dat zit in je. Clubliefde is geen jas die je uittrekt. Juist vanwege die clubliefde zette ik in september en oktober soms met tegenzin de televisie aan. Hoop op een goed resultaat was er zelden. Berusting kwam er voor in de plaats. Soms was ik verrast, vaker voelde ik gelatenheid. Ook aan slecht voetbal raak je gewend. Des te groter was de vreugde als Feyenoord scoorde, een verrassende zege boekte (zoals op PSV laatst) of simpelweg een goede kans creëerde.
De parallellen dringen zich op. Mijn liefde voor de winter begon al vroeg, net zoals mijn voorkeur voor Feyenoord. De grootste successen dateren van lang geleden. Een beetje zoals de meeste herinneringen aan sneeuw en ijs al aardig op leeftijd beginnen te raken. En net als met voetbal, is ook de liefde voor kou en sneeuw geen jas die je zomaar uittrekt. Je gooit het verlangen naar ijs niet zomaar opzij na een reeks nederlagen op de weerkaarten.
En net als met Feyenoord is er die jaarlijkse hoop. Bij de Rotterdammers in de zomer, terwijl de hoop op sneeuw en kou in november de kop op steekt. Hopen, tegen beter weten in. Tot je niet meer hopen kunt, nergens meer op rekent, en het gewoon maar laat gebeuren. Berusting. Nederlagen en slecht voetbal, ze verhouden zich als hoge kwikstanden en westenwind.
De winter is als Feyenoord. Met nog een klein, niet onbelangrijk verschil. Straks, over twee maanden, kijken we uit naar de lente. Langere dagen met wellicht wat meer zon, naar buiten stappen zonder kille windvlagen die door je haren strijken. Ontluikend groen, de natuur die tot leven komt. Maar Feyenoord? Dat zal nog steeds ploeteren en lelijk voetballen. Het wintervoetbal van Feyenoord duurt tien maanden, de échte winter (of wat daar intussen van over is) is na drie maanden voorbij.
Oei, winterliefhebber én Feyenoord fan?
Dé vraag die zich dan opdringt is: waar is het mis gegaan?
Daar hoort uiteraard een hele dikke
achter.
Ik snap je goed geschreven betoog, waarvoor dank.