Nog net voor de coronacrisis begon was ik voor een conferentie (Nordic Ecological Conference) in Reykjavik, IJsland. En omdat ik het altijd zonde vind om alleen voor twee dagen congres heen en weer te vliegen, had ik met twee collega's besloten een paar dagen langer te blijven.
Omdat het weer in IJsland in de eerste week van maart werkelijk alle kanten op kan, was on plan vooral geen plan te hebben. We hadden alleen een auto geregeld (kleine 4x4 met spijkerbanden), maar dat was dan ook wel alles.
Ik had natuurlijk al gehoopt op winterse omstandigheden, en die wens kwam uit
In Reykjavik lag bij aankomst al zo'n beetje meer sneeuw dan hier in Ås de hele winter gelegen heeft, en terwijl wij op congres zaten vielen er nog een aantal stevige sneeuwbuien bij.
Onze eerste vrije dag, 5 maart, zijn we vanuit Reykjavik noordwaards gereden naar Hvalfjörður en de bevroren waterval van Glymur. Uiteraard was het weer aanvankelijk mooi, maar sloeg het om naar sneeuw. We besloten voor de lol "binnendoor" (weg 48) te rijden. Ja, dat was de eerste kennismaking met IJslandse wegen en weersomstandigheden. De wind trok in mum van tijd aan naar ongeveer 35 m/s (ik had moeite te blijven staan). Sneeuw stoof overal rond en het zicht liep terug naar een meter of 15. Uiteindelijk kwamen we in een erg traag rijdende kolonne toeristen te zitten - wat op zich wel een verstandige en veilige manier was om thuis te komen. Uiteraard geen foto's kunnen maken tijdens het rijden (alleen toen het net wat slechter begon te worden uit de auto gegaan), maar het heeft me IJsland wel doen begrijpen. Ik ben er vorige zomer ook geweest en toen snapte ik niet waarom alles zo lelijk was, waarom de boerderijen er godverlaten uitzien, waarom de mensen het liefst binnen zitten, waarom de auto's twee verdiepingen hoog zijn, waarom ze van die rare rijen bomen planten. Nu snap ik het. De stormen in de winter razen alles plat wat schoon is (later in de week werd code geel (!!!!) afgegeven voor windstoten van 50 m/s aka 180 km/u, kun je nagaan). En dat maakt IJsland dus bijzonder. En mooi op een heel eigen manier.
De volgende dag was het stralend weer onder invloed van een trekruggetje. We zijn verder gereden langs de zuidkust tot Vík. Af en toe veel wind, maar goede omstandigheden. Tijdens de lunchpauze zagen we een groep walvissen (bultruggen) op zee en zijn we snel naar het strand gereden en gelopen. Achteraf was dat een van de mooiste momenten, zonder (andere
) toeristen (die anderszins ook in het winterseizoen en met Corona op dreef in Azië nog volop aanwezig waren - al was het vliegtuig vanuit Oslo trouwens vrijwel leeg).
Met het vallen van de avond zijn we weer een stuk terug richting Reykjavik gereden naar ons hutje. Het avondlicht op de bergformaties van Mýrdalsjökull en Eyjafjallajökull was prachtig.
Die nacht was de wind weer opgestoken onder regie van een lagedrukgebied ten zuiden van IJsland. De ruiten van het huisje zaten ondergestoven met een sneeuwduin van een meter op het terras. Maar, in de middag ging de wind weer genoeg liggen om eropuit te gaan (eerst Nauthúsagil en daarna naar de bronnen van Hrunalaug). Eind van de middag was de wind weer terug opgestoken (uiteraard).
De volgende ochtend was het de dag van vertrek, terug naar Noortjewegen. We hadden een eindje te rijden vanaf ons huisje tot aan Keflavik. Vanwege (jaja, alweer) de wind en sneeuwverstuivingen hadden we uitgerekend dat we ongeveer anderhalfuur extra nodig hadden. Dat anderhalf uur hebben we helemaal opgebruikt, want in een sneeuwverstuiving was een mercedes tegen een andere vastzittende auto geknald. Gelukkig zonder ernstige schade of verwondingen, maar het duurde een tijdje (en flink wat scheppen) voordat een sleepwagen de auto's weg kreeg. Daarna hadden we alsnog een probleem, want onze auto bleek niet hoog genoeg op de poten te staan om door de sneeuwdrift te rijden (wéér scheppen
). Gelukkig kwam er toen een IJslandse monstertruck aan, en in zijn sporen konden we volgen. Uiteindelijk net de vlucht gehaald, en inmiddels was het weer opgeklaard - met een fantastische laatste blik op dit rare eiland als toetje! Kortom, wie van ruig weer houdt kan ik IJsland in de winter van harte aanbevelen.