Aha! Dat lijkt een triviale vraag, maar is het toch niet. Want het gaat om twee dingen tegelijkertijd in 3D:
- Het samenkomen van de stromingslijnen (dat lijkt triviaal)
- Het daarbij niet toenemen of zelfs afnemen van de windsnelheid.
Als de stromingslijnen samenkomen terwijl de windsnelheid toeneemt, is er sprake van confluentie, maar weinig of geen convergentie in 3D, die stijgende bewegingen zou geven. Het kan ook zijn dat alleen de windsnelheid afneemt terwijl de windrichting overal bijna gelijk is; dat geeft ook convergentie in 3D en dus stijgende bewegingen (niet ver boven het aardoppervlak kan de lucht namelijk niet omlaag ontwijken, dus is de uitweg omhoog).
Het is inderdaad lang niet zo eenvoudig als het lijkt.
NB: wiskundig gezien gaat het om de horizontale convergentie van de windvector, met richting en snelheid. De uitkomst in 3D moet nul zijn, dus krijg je bij horizontale convergentie in de verticaal een divergentieterm.