Dagelijksche gang der luchtdrukking

Bericht van: Rutger (Meppel) , 18-05-2020 15:43 

Ik kwam in "Het klimaat van Nederland" (C. Braak, 1929) een overzicht van de dagelijkse gang van de luchtdruk tegen. Vooral het zomer-winter verschil tussen de stations is wel interessant. Netto is het effect natuurlijk zo klein dat je er normaal gesproken vrijwel niets van merkt.

C. Braak schijft:

In de wintermaanden is de dagelijksche gang vrijwel dezelfde voor alle stations, in den zomer bestaan er groote verschillen, vooral
tusschen Den Helder en Maastricht, waarvan de eerste het kusttype, de tweede het continentale type vertegenwoordigt.

Deze verschillen worden voornamelijk veroorzaakt door verschillen in de enkeldaagsche schommeling, welke aan overeenkomstige verschil
len in de enkeldaagsche schommeling van de luchttemperatuur zijn toe te schrijven. De laatste is in den winter klein, in het warme jaargetijde
groot. Zij is op het land veel grooter dan op zee; in het sterk verwarmde binnenland doet zij een barometer-minimum ontstaan in den namiddag,
een maximum in den nanacht. Nabij de kust doet de daarmede samen hangende luchtverplaatsing overdag een barometer-maximum en
‘s nachts een minimum ontstaan. De Bilt Groningen en Vlissingen vertoonen, hoewel in mindere mate dan Den Helder, het zeetype.

De originele tabellen staan in de bovenstaande publicatie. Om het effect te visualiseren heb ik de uurgegevens van het KNMI gebruikt voor de stations De Kooy, De Bilt en Maastricht over de periode 1981-2010. Om de dagelijkse gang te benadrukken heb ik de uurlijkse luchtdruk voor een station is genormaliseerd met het dagelijks gemiddelde van datzelfde station.

 

Per maand:

 

Dezelfde data, maar per station:

 

Overige toelichting uit de publicatie:

 

De enkeldaagsche barometerschommeling veroorzaakt in Juni en Juli te 4 uur v.m. en 4 uur n.m. tusschen Den Helder en Maastricht
een verschil in luchtdrukking van 0.45 mm, overeenkomende met een gradiënt van ongeveer 02 (mm per 111 km), dat tot uiting
komt in een zwakken land- en zeewind.

De dubbeldaagsche en driemaaldaagsche barometerschommelingen zijn beide van universeel karakter en hangen weinig van plaatselijke
omstandigheden af. Zij zijn beide een gevolg van resonantie van de aardatmosfeer, die vrije trillingen kan uitvoeren met een periode, zeer
weinig verschillend van 12 en 8 uren.

De dubbeldaagsche schommeling neemt af met de 3de macht van den sinus van den poolsafstand en is het grootst tijdens de dag- en
nachtevening. De driemaaldaagsche heeft een maximale amplitude op 30° breedte, is het grootst in den winter van ieder halfrond, heeft in
den zomer de tegengestelde phase en is klein in de overgangsmaanden.

De uitkomsten der 5 hoofdstations bevestigen deze regels.

De oorzaak der driemaaldaagsche schommeling is te zoeken in de driemaaldaagsche temperatuurschommeling, welke eveneens tusschen
winter en zomer in phase omkeert (zie de tabellen op blz. 93—95 in Med. en Verh. n°. 24) 9, de tweemaaldaagsche is deels tot de over
eenkomstige temperatuurschommeling deels tot getijbeweging in den dampkring terug te voeren.

Bericht laatst bijgewerkt: 18-05-2020 15:56

Dagelijksche gang der luchtdrukking   ( 1022)
Rutger (Meppel) -- 18-05-2020 15:43
Re: Dagelijksche gang der luchtdrukking   ( 236)
Rogier (Wageningen) ( 5m) -- 18-05-2020 17:13
Re: Dagelijksche gang der luchtdrukking   ( 230)
Rutger (Meppel) -- 18-05-2020 17:41
Re: Dagelijksche gang der luchtdrukking   ( 205)
Paul (Jaarsveld, Utrecht) ( 1m) -- 18-05-2020 18:49