In de lente en (het grootste deel van) de zomer is het continent warmer dan het water. Boven land heb een dan een sterkere neiging tot lagedrukvorming en boven water tot hogedrukvorming. De wind waait van hoog naar laag, dus heb je dan vaak te maken met een west- of noordcomponent omdat daar het water van de Noordzee ligt.
In de herfst en winter precies het tegenovergestelde. Het continent is dan kouder dan het water, waardoor daar automatisch meer een neiging is naar hogedruk en boven water naar lagedruk. Vandaar dat je ziet dat het dan ineens wel lukt om langdurig zuiden- of zuidoostenwinden te genereren.
Quote selectie