Dan kijk je dus terug naar de afgelopen dertig jaar. Stel dat een Tgem > 25,0 C over een aangesloten periode van 5 dagen gedurende 5% van de tijd voorkwam dan is dat de maatstaf.
Kun je dan dus ook per statiion doen. Als dat in Den Helder 23,0 C dan is dat de maatstaf aldaar. Zo krijg je ook een inzicht hoe de hitte per regio verdeeld is en kun je met meer recht spreken van lokale hittegolven. De huidige Biltse maatstaf is eenvoudig te behalen in Arcen of Eindhoven en heel erg lastig op Vlieland.
Je kan echter ook stellen dat hitte simpelweg nauwelijks voorkomt op Vlieland, dan hoef je je ook niet in bochten te wringen zodat ze daar ook af en toe hittegolven 'moeten' behalen.
Daarnaast is het in de meeste gevallen denk ik ook zo dat als er een landelijke hittegolf is, het ook 'heet' is in alle regio's voor de daar geldende normen.
...dat er daar bijna geen hittegolven zijn. En in de Achterhoek is het vaker heet met dus wel hittegolven. Wat is hier het probleem? Ik snap deze discussie totaal niet. 
Het is gewoon een absolute harde Nederlandse definitie waar we niet aan moeten zitten. Zo kunnen we zien of hittegolven toenemen in een opwarmend klimaat. En of ze nu überhaupt voorkomen op de Wadden.