Tussen 600 en 400 hPa is de lucht behoorlijk droog. De daalstroom in een bui trekt deze drogere lucht mee naar beneden en i.c.m. zware neerslag die in droge lucht sneller verdampt, leidt ertoe dat de lucht ook afkoelt en daardoor weer een grotere dichtheid krijgt dan z'n omgeving. De neerwaartse verplaatsing (van de vallende neerslag) krijgt hierdoor extra impuls en 'trekt' als het ware nog meer van de luchtkolom mee naar beneden. Als de lucht uiteindelijk het aardoppervlak raakt, spreidt die zich horizontaal uit = horizontale luchtverplaatsing = windstoten.
Plaatje: sounding Trappes, nabij Parijs, om 14.00u LT. Rode lijn (temperatuur) en dauwpunt (blauwe lijn) liggen tussen 4 en 8 km hoogte een behoorlijk eind uit elkaar, een indicatie van lage luchtvochtigheid.
Gr. Ben