Met een Tx van rond 35C was vanmiddag grond gevoedde convectie mogelijk in een regime met grofweg 2000 J/kg en 10kt diepe schering. Typische pulsers dus met, gezien de verwaarloosbaar kleine verschillen tussen LCL en LFC, ook een multicellulaire component op de ontstane outflow boundaries. Wel nu, de sterkte daarvan wordt met name bepaald door de temperatuur en vochtigheid van de luchtlaag onder bui, de zogenaamde subcloud layer.
Gezien de diepe droge grenslaag (~3km) kan een downdraft parcel, gemiddeld ontspringend rond 600hPa, toch een behoorlijke valversnelling ondergaan agv verdamping en dus groter wordend dichtheidsverschil in de droge warme(re) omgevingslucht direct onder de hoge wolkenbasis. Uitgaande van een semi-natadiabatisch temperatuurverloop loopt de DAPE in deze high based situaties snel op (lokaal >500 J/Kg in dit geval) en kunnen outflow boundaries ver van de oorspronkelijke bui weglopen, met name richting het westen gesteund door de oostelijke achtergrondstroming (de resulterende vector zorgt er dan voor dat de boundary met name aan de westkant van de buien verder wegloopt dan aan de oostkant).
Het feit dat de wolkenband op de kop ervan geleidelijk verdween wil overigens niet zeggen dat het voorwaartse momentum verdwenen is. De luchtmassa boven NL was immers vrij droog en de forcering langs de voorzijde van de geleidelijk verzwakkende boundary niet sterk genoeg voor wolkenvorming. In werkelijkheid ligt de voorste begrenzing, inmiddels vrijwel onzichtbaar, al boven het midden van het land (goed te zien op ongefilterde radarbeelden)!