Versimpeld: het begon gistermiddag, toen vrije vanaf de grond gevoedde convectie in een zeer gevaarlijk verticaal windprofiel plaatsvond (sterke toename incl. ruiming met hoogte). Droge en steeds warmere mid- en upperlevels zorgden er echter voor dat convectie zich nooit diep genoeg kon wortelen. Bovendien begon de op z'n retour zijnde dagelijkse gang tegen te werken in de loop van de avond.
De avondbuien traden op langs de vore in een sterk WA regime (vandaar grotendeels elevated, en slechts deels vanaf de grond gevoed), en waren voorzien door de verschillende modellen.
De buien van vannacht hadden frontale- en/of synoptische lift (zwakke hoogtetrog) nodig. Beiden waren aanwezig maar net niet boven land, wel net ten westen van ons boven de Noordzee. De buien waren ook vrij aardig geprognotiseerd over de Noordzee maar vaak iets oostelijker en het leek aannemelijk dat de westelijke helft daar een veeg van mee zou kunnen krijgen. Dat gebeurde dus bij gebrek aan lift niet. Onstabiliteit en windschering (thermodynamica noemen we dat) waren dik in orde, maar de spreekwoordelijke lont moest aangestoken worden.
Er gold daarbij hoe verder naar het oosten hoe droger de luchtmassa juist in de onstabiele laag was. Zonder sterke lift komt het dan simpelweg niet tot buien ondanks dat aan de rest van de voorwaarden werd voldaan. Het inwerken van een subtiele hoogtetrog of de sterkte van frontale lift op zeer onstabiele midlevels is altijd een delicaat proces en brengt geregeld vraagtekens met zich mee. Boven ons land waren beiden dus niet sterk genoeg. Verder naar het westen was de opbouw überhaupt vochtiger en kon de lift wel geoptimaliseerd worden.