Ik kijk graag in bossen naar de groei van vochtminaars en soorten die de droogte goed kunnen verdragen. Ik was gisteren in een bos op Schouwen waar in het groeiseizoen in april en mei bij elkaar 24mm is gevallen. Dat met veel zon en dus een hoge verdamping.
De grondsoort is overal zand met soms een bovenlaagje van afgestorven blad/naalden (waar de bosmieren wel raad mee weten). De grond droogt echt helemaal uit, rul zand.
Vochtminnaars:
- Sitkaspar (Picea sitchensis)
- Westerse Hemlock (Tsuga heterophylla)
Intermediate:
- Reuzenzilverspar (Abies grandis)
- Abies alba (Europese zilverspar)
- Picea abies (Fijnspar, neigt naar vochtminnend maar kan beter tegen droogte dan de hier genoemde vochtminaars).
- Beuk (? als die er was)
Droogte bestendig:
- Pinus species (er staat van alles)
- Acer species (ik denk vooral Acer Pseudolplatanus)
- Quercus species (Europese. Amerikaanse en Moseik)
Verwachting:
- Vochtminaars zieltogend maar vooral dood. Dit zijnoppervlakte wortelaars dus...
- Intermediate meeste deels dood met weinig groei. Deze soorten maken wel een penwortel wat het beter maakt.
- Droogte bestendig wel in orde.
Ik zag in Noord-Brabant Picea abies massaal sterven her en der en Douglas gingen de toppen in bijvoorbeeld het Mastbos dood. Maar dat was alleen als ik er doorheen reed. Voor de rest natuurlijk de berichten uit de Achterhoek waar de sterfte nog massaler was.
Uitkomst:
- Aan het begin van het bos heel veel Esdoorn. Die stonden er niet goed bij. Heel erg veel zaden zag ik, maar ook de hele bomen bleek met opgekriulde bladeren. Verderop in het bos viel het mee en zag ik zaailingen die het gewoon goed leken te doen.
- Dennen hadden nergens last van.
- Eik: ik zag er niks geks aan.
De verrassingen waren wel de Sitkaspar en de Westerse Hemlock. Met name de sparren waren groen en vol. Heel gek: in dorre bossen loofbossen waar ze in de ondergroei groeien kon je ze zo zien: ze waren juist opvallen groen, terwijl de loofbomen dat dus juist niet zijn.
Hemlock viel minder op omdat in dichter ondergroei staan maar aan de licht gekleurde blaadjes was te zien dat ze van recente neerslag alsnog hebben geprofiteerd. In de donkere delen staan ze wel, maar hard groeien doen ze niet.
De Fijnspar die her en der staat is er op enkele uitzonderingen na alleen in volwassen formaat. Weinig zaailingen, maar de volwassen bomen doen het goed.
De diverse zilversparren, met name Reuzenzilverspar zagen er allemaal prima uit! Dit zijn ook wel de hoogste bomen maar ze staan verscholen in het bos. Sommige bome groeien hier 1-1,5 m per jaar en zijn nu denk ik 20 meter hoog, ondanks dat ze misschien 20 jaar oud zijn.
Wat me heel erg opviel was dat deze boom die her en der samen met jonge sitkasparren in de volle zon op een duintop staan het het beste deden (!) Ik snap er weinig van. De bodem was er ook nu weer grotdroog en kent geen toplaag maar de bomen hadden nergens last van. Zilverspar is wel een favoriete boom bij herten: die zijn allemaal (de kleinere) aangevreten. Sitkaspar wordt met rust gelaten. Diverse bomen zijn 1-3 meter hoog en daarmee ontsnappen ze geleidelijk aan vraat.
Aan de rand van Walcheren zijn er bossen met duizenden zaailingen van de zilverspar maar die zijn zelden groter dan 50 cm. Alles wordt door de herten klein gehouden. Ook hier schieten Sitkasparren wel eenvoudig door en in de klei/zandgrond groeien ze als een komeet. Soms 1 a 1,5 m per jaar erbij.
Mijn favoriete boom, de Beuk, heb ik op Schouwen helaas nergens gezien. Ik was wel benieuwd naar de staat van deze bomen.
Ik ben erg benieuwd naar wat anderen hebben waargenomen op dit punt. Toch misschien een indicator welke bomen het de komende decennia gaan redden.