Vraag 1: Maart kun je nooit vergelijken met een decembermaand. Dat maart 1991 minder zacht was dan december 2015 kan te maken hebben met de voorgeschiedenis: een februariwintertje in Europa dat jaar. Het enige wat ik me kan voorstellen is dat de opwarming in 2015 wellicht groter was dan in de beginjaren (1988, 1989, 1990, 1991). En wellicht was Europa in december 2015 nog niet helemaal afgekoeld na de hete zomer in dat jaar. Hetzelfde geldt voor vraag 2: november 1994.
Dat juni nooit warmer was dan de voorbeelden die jij noemt in vraag 3 kan verschillende oorzaken hebben:
- Andere meetopstelling + géén klimaatopwarming dus in mijn ogen toeval.
Klimaatverandering betekent niet dat er geen koude perioden voorkomen. Het ene jaar is het gewoon heet, het andere jaar kan het zomaar koud zijn. Weersystemen bepalen of het warm koud of 'normaal' is en die zijn weer afhankelijk van de actuele toestand in de oceanen en atmosfeer.
Vraag 4: de herhalingstijd is een aanname dat gebaseerd is op klimaatmodellen. Ook al spreekt men van een herhalingstijd van 100 of 200 jaar, het kan zomaar zijn dat een bepaalde gebeurtenis zich gewoon het jaar erop opnieuw herhaald: voorbeeld is de overstromingen in winter 1993-1994 en 1994-1995 van de Maas. Zo kan ook de 40,7° van 2019 volgend jaar overtroffen worden of pas in 2119.
Quote selectie