Meestal is er op een beetje hoogte toch nog wel wat wind (nu ook: noordenwind). Je kunt dan juist makkelijk landen bij windstilte aan de grond.
Heel wat erger is het, als er in een dunne laag bij de grond een andere windrichting heerst dan op de eerdere vlieghoogte, bijvoorbeeld door een ondiepe zeewind. Je denkt dan een landingsplaats uit te zoeken en zet die daling in, maar dan blijkt de luchtballon ineens een andere richting op te gaan, en wordt dus de beoogde landingsplaats niet bereikt. Dan zit er niks anders op dan weer hoogte te winnen en uit te kijken naar een andere landingsplaats - waarbij het dan onzeker is hoe de grondwind dáár zal zijn. Ik heb dit zelf ooit vanaf de grond waargenomen in Zeeuws Vlaanderen.