De lichtstralen worden afgebogen in de atmosfeer. Zo blijft het 's avonds iets te lang licht (als je vergelijkt met rechte stralen) en 's morgens komt de zon iets te vroeg op. Dat verklaart die elf minuten.
Ook het feit als je bovenaan, in het midden of onderaan de zon kijkt als die opkomt of neerdaalt speelt mee...
Wouter
Door refractie krijgt je een afwijking (schijnbare verheffing noemt men dit) van 0,5 booggraden. Dit is precies ook de hoek waaronder we de zon zien.
1° (boog)= 4 min (tijd)
De zon heeft een diameter van 0,5 ° dus dat is al 2 minuten. Maal twee voor 's ochtends
geeft al 4 minuten schijnbare verheffing.
2° bovenrand zon, is nog eens 2 maal 1 minuut = 2 min
Geeft samen 6 minuten.
Vermits de zon niet loodrecht maar schuin ondergaat geeft dat waarschijnlijk nog eens 5 minuten.
Enfin, zo denk ik erover , zonder één of andere bron te raadplegen, iemand correcties op deze redenering ? Ik hoor het graag.
Quote selectie