Ondanks de La Niña was er een bovengemiddelde wind shear zowel in de Caribische Zee als op de open oceaan. Dit zorgde ervoor dat stormen wel gewoon konden vormen, maar minder goed konden aansterken tot zware orkanen. Dat wil ik er wel even bij gezegd hebben, want september was bijvoorbeeld wel extreem actief. Recordactief zelfs. Dus activiteit was er zeker, ik had het specifiek over de vorming van de zwaarste type orkanen, de major hurricanes (cat 3+). Bovendien waren er dit jaar ook twee twijfelgevallen (Paulette en Sally) die allebei randje cat 2/cat 3 waren en waarvan mogelijk eentje (ik denk Sally) in het post-seizoen wordt opgeschaald. In een ander jaar was het misschien net anders gevallen en waren het net twee cat 3 orkanen geweest. En daarnaast moet je ook gewoon geluk/pech (ligt er natuurlijk aan hoe je het wilt zien) hebben met het vormen van grote orkanen. Bovendien heeft de afwezigheid van grote orkanen in augustus en september (op Laura en Teddy na) ervoor gezorgd dat de oceaanwateren veel minder verstoord zijn geweest door vorige stormen. Als er eenmaal flink wat zware stormen door een gebied trekken duurt het een tijdje voordat de regio herstelt en er weer nieuwe stormen kunnen vormen. Dat proces wordt ook wel 'upwelling' genoemd. Maar aangezien er eigenlijk geen enkele zwaargewicht was in de Caribische Zee in augustus en september betekende het dat de Caribische Zee een bijna kokende regio was (figuurlijk gesproken dan) en dat is ook de reden dat er nu zoveel stormen kunnen ontstaan zonder dat de Caribische Zee echt afkoelt.