Tegelijkertijd zien we wel dat beiden de twee koudste leden van het ensemble zijn in het UGKB.
Als we dieper inzoomen op het ensemble zien we dat het gemiddelde daalt naar 7 C overdag aan het eind van de verwachtingstermijn, wat rond de norm voor die fase van het jaar is. Wel neigt het naar enige bifurcatie: er is flink cluster leden (circa 60%) dat iets te zacht weer schetst, maar er is tevens een niet gering cluster (30-40%) dat voor temperaturen ruim beneden normaal gaat. Niet zo koud als de Oper en de Control, maar wel maxima duidelijk beneden de 5 C. Daardoor zegt het gemiddelde in dit geval niet zoveel. Deze zit namelijk precies tussen het zachte en het koude cluster in.
Samengevat: De twee meest toonaangevende leden van GEFS - de Oper en de Control - gaan allebei voor een winters weertype op de lange termijn, maar staan wel helemaal alleen in de intensiteit van de kou die ze schetsen. Wel zien we dat de kans op temperaturen duidelijk beneden normaal flink toeneemt richting het einde van de verwachtingstermijn, naar zo'n 30 à 40%. Daarentegen is de kans op te zacht weer voor de tijd van het jaar nog steeds ~60%, maar dat zal in die gevallen maar om slechts licht positieve anomalieën gaan.
Positief is i.m.o. dat de extreem hoge anomalieën van de afgelopen tijd er eindelijk uit lijken te gaan en dat de kans op te koud weer (negatieve anomalieën) voor het eerst in tijden weer eens significant is. Nu is het zaak dat de koude oplossingen - in GEFS is dat op dit moment zo'n 30-40% - meer aan steun gaan winnen de komende tijd. Zowel binnen G(E)FS als binnen de andere modellen.
