Schaatsers en niet-schaatsers genieten van zon, sneeuw en ijs bij een koek-en-zopie kar op het ijs. Bij Stavoren, Nederland, 1962-1963. Foto: Lucy Overhoff / Spaarnestad / HH

In de klimaatverhalen Bekijk die verhalen hier.die ik tot nog toe mocht schrijven voor De Correspondent keerde steeds dat ene thema terug: water. We hebben te veel Daarover meer in dit verhaal over de stijgende zeespiegel.én te weinig Daarover lees je meer in dit verhaal over hetere, drogere en nattere zomers.water: zeespiegelstijging, stortregens, hitte, droogte.
Nederland heeft nog een groot klimaatverhaal, waarin water een grote rol speelt. Een verhaal waarin de zompige delta die wij bewonen, de zachte prut onder onze voeten en weilanden, bij hoge uitzondering steenhard wordt. De bevroren staat. De winter.
Die vervulde eeuwenlang een grote rol in onze levenscyclus. Voor de mens, en de natuur. Maar zonder dat we het echt doorhebben, lijkt de winter ons te ontglippen. We hebben steeds vaker westenwinden, en die brengen naast extra regen ook steeds zachtere lucht.
Is dit allemaal nog een momentopname? Nederlandse winters zijn immers grillig, en koude winters komen vaak in groepjes, weten (oude) schaatsliefhebbers je te vertellen. Geduld moet je hebben, kunnen ze eraan toevoegen.
Dat geduld wordt op de proef gesteld: we hebben de langste periode zonder Elfstedentocht. Ik dook in de klimaatwetenschap en vond er het antwoord op tien prangende vragen over de Nederlandse winter.

Om te beginnen: hoe koud was de vorige winter?
1 december is de officiële start van de meteorologische winter van 2020-2021. Nieuwe ronde, nieuwe kansen, zegt een optimistische schaatsliefhebber.
Maar voor we het over schaatskansen hebben: laten we nog even naar de winter van vorig jaar gaan. Wat herinner jij je eigenlijk, als je terugdenkt aan december 2019 tot en met februari 2020?
Berichten over de uitbraak van een longvirus rond een verre vismarkt in Wuhan misschien. Kerst mét familie, oud en nieuw mét vuurwerk, nog even gauw op wintersport in Italië en bij thuiskomst een paar dagen lallen op de Tilburgse kermis.
En het weer? Geen idee eigenlijk. Zacht geloof ik?
Klopt. Dat kun je uitdrukken in of je sneeuw hebt gezien (Dolomieten tellen niet), of je op natuurijs hebt gestaan – en natuurlijk in temperatuur (dag en nacht gemiddeld 6,4 graden).
Maar voor de ‘kracht van de winter’ bestaat een betere indicatie dan temperatuurgemiddelden: het Hellmanngetal (of koudegetal). Dat is een maat voor de totale hoeveelheid vorst van november tot en met maart – van alle etmalen dat het vroor de gemiddelde temperatuur op een hoop.
De score van afgelopen winter? 0,1. Er was in de hele winter één dag waarin de gemiddelde temperatuur nipt, met een tiende graad, onder het vriespunt uitkwam. Dat was niet eens een ijsdag, want overdag lag de temperatuur gewoon boven nul. Ter vergelijking: in 1963 liep het Hellmanngetal op tot 337,2 en in 1947 – de strengste winter van de twintigste eeuw – tot 348,3.
Naarmate klimaatverandering verder vordert, vergeten we ‘hoe het hoort te zijn’ en ervaren we de afwijking als normaal
2019-2020 was in Nederland dan ook extreem zacht – de op één na zachtste winter ooit gemeten. Voor de liefhebbers, hier kun je alle statistieken van vorige winter nalezen.Slechts eenmaal was het koudegetal nog lager (2014: 0,0), slechts eenmaal was de gemiddelde temperatuur nog hoger (2007: 6,5 graden).
Wat merkten we ervan? De hazelaar bloeide al in januari, de els in februari – ongeveer een maand te vroeg. Dat kunnen minstens een half miljoen Nederlanders hebben ervaren, die hun midwinterhooikoorts misschien wel verwarden met een hardnekkig verkoudheidsvirus.
Zo zitten we er middenin: een maandenlang weerrecord – en dringt het toch niet helemaal door. Daar hebben we het ‘shifting baseline syndrome’ In dit klimaatverhaal (over verdroging van Nederland) komt het ‘shifting baseline syndrome’ uitgebreider aan bod.weer: naarmate klimaatverandering verder vordert, vergeten we ‘hoe het hoort te zijn’ en ervaren we de afwijking als normaal. Daar gaan we vandaag verandering in brengen, want dat heeft de Hollandse winter wel verdiend: tenminste herinnerd te worden.
Hoeveel zachter zijn onze winters geworden?
De hele wereld wordt warmer, en Nederland ook. Het hoeft dus geen verrassing te zijn dat de Nederlandse winter warmer wordt.
Toch verschilt het tempo van opwarming per seizoen en per periode. En dat maakt het beantwoorden van de schijnbaar simpele vraag ‘hoeveel warmer is het nou’ toch nog vrij lastig.
Als je het simpele antwoord zoekt: sinds 1950 zijn onze winters ongeveer 2 graden warmer geworden. Als je liever vanaf het jaar 1800 rekent, mag je er nog een graad bij optellen en zijn onze winters dus al 3 graden warmer geworden.
En 3 graden opwarming maakt een gróót verschil: het verschil tussen (minimaal) een paar weken kunnen schaatsen en een winter als, nou ja, die van 2019-2020 dus: een herfsthalfjaar.

Wat is de oorzaak van onze warmere winters?
Als we even uitgaan van de volledige opwarming van onze winters over een lange periode – een slordige 3 graden tussen 1800 en 2020 –, wat is daarvan de oorzaak?
Halverwege de negentiende eeuw waren we al aardig bezig met het verstoken van steenkool, maar dat is niet zomaar de verklaring, in elk geval niet van de lange aanloop van het zachter worden van de Nederlandse winters.
Onze winteropwarming heeft dan ook niet één, maar drie oorzaken:
- het einde van de Kleine IJstijd (rond 1850);
- de mondiale opwarming (afname ‘koude lucht’);
- dat er vaker westenwind waait (meer regen en zachte lucht).
Dus je kon vroeger elke winter schaatsen?
Dat hangt er van af hoelang je teruggaat, maar het simpele antwoord is ja. Zo schommelde de gemiddelde wintertemperatuur in Nederland tussen 1700 en 1950 rond de 2 graden. Dat is weliswaar boven nul, maar ook over een periode van drie wintermaanden. Vanwege de grilligheid van het weer pasten daar in een normale winter altijd wel twee of meer weken echte vorst in.
Weeg mee dat Nederland een drassig land is, dat in het verleden veel minder rechtgetrokken was en dus een natuurlijker waterafvoer had. Naast meren en rivieren was er ’s winters daarom ook vaak ondergelopen land, waar je al na een paar koude nac

