De methode werkt iets anders voor het GEFS en het EPS, aangezien ik van het GEFS alle aparte leden heb en van het EPS alleen het minimum, 10%, 25%, mediaan etc.
Voor het GEFS bepaal ik de scores o.b.v. de individuele leden;
- Voor elk lid wordt de minimum en maximumtemperatuur bepaald.
- Als de minimumtemperatuur hoger is dan 1,5°C, dan wordt deze waarde niet meegeteld. Hetzelfde geldt voor een maximumtemperatuur hoger dan 3 graden.
- Vervolgens wordt per individueel lid een score bepaald, hiervoor doe ik het aantal graden onder de bovenwaarde (dus 1,5°C voor Tmin en 3°C voor Tmax) tot de macht 1,5. Hoe kouder, hoe sneller het aantal punten dus toeneemt. Vervolgens doe ik de som dan gedeeld door 32 (het aantal leden + controle + OPER).
- De som van de Tmin en Tmax samen is dan de dagscore, de totale score van de pluim zijn simpelweg de dagscores opgeteld.
Voor het EPS zijn er een paar dingen anders;
- De bovenwaarde voor de minimumtemperatuur is niet 1,5°C maar 0°C. Dit omdat GFS de instraling vaak duidelijk onderschat. Daarvoor dus een soort 'correctie'.
- Voor het EPS kan ik niet alle afzonderlijke leden gebruiken (ik kan ze niet downloaden en alles handmatig noteren is veel te veel werk). Daarom gebruik ik de kansverdeling uit de Meteogram van ECMWF. Dan noteer ik handmatig de waardes van het laagste, 10% hoogste, 25% hoogste, de mediaan etc.
- Hierbij wegen de extreemste waardes (minimum/maximum) het minst zwaar mee en de mediaan het zwaarst.
Al met al is het doel dan deze pluim om de kans op (licht) winters weer te kunnen classificeren. Vandaar dat alle waardes boven de 'bovengrens' niet mee tellen. Als er dus 5 leden gaan voor -2 graden, dan maakt het voor de score niet uit of de rest op 4 of op 7 graden zit. Het gaat puur om de potentie voor frisser/kouder weer.
Quote selectie