DINSDAG 28 DEC. 1999 DOOR MEKAAR GEROST
De "onverwachte" sneeuw die voor vanochtend werd verwacht is er niet gevallen. Voor wie niet kan volgen verwijs ik door naar de krant Het Laatste Nieuws. De depressie die tijdens de voorbije nacht doorheen Frankrijk koerste en de toch al zo fel geteisterde fauna en flora door mekaar heeft gerost, volgde opnieuw een veel noordelijkere baan dan door de weercomputers werd berekend. Ik zag de barometernaald rond tienen gisterenavond een luchtdruk van 984 hPa aanwijzen, nadien ging die terug de hoogte in. De neerslag hieraan verbonden bereikte onze streken net niet. Duitsland daarentegen zit wel met het pak, letterlijk dan want in het zuiden kan je zonder sneeuwkettingen zelfs de autosnelweg niet meer op. Nattigheid hebben we alsnog gekregen maar de smeltende sneeuw waarvan de weerkundige dienst van de luchtmacht zowat de ganse dag in haar wegenbulletins melding maakte, heb ik tot nu toe niet gezien. Het werd overigens een grijze, kille dag. Niet bepaald uitnodigend voor de buitenwerkzaamheden maar in de tuinbouw houden ze daar geen rekening mee. Dat heb ik vanochtend aan de lijve kunnen ondervinden toen die kort na negenen midden in de eerste regenbui van de dag Lugustrum stond af te snijden, gezeeeeeeeeellig! Rond zonsopgang zag ik door het zuidwesten al een donkere buienlucht zuidoostwaarts trekken, een half uur later was het dus onze beurt. De rest van de dag wisselden droge en natte momenten elkaar af waarbij de neerslagintensiteit naar de avond toe leek toe te nemen. Al bij al bleef de neerslagsom steken bij een bescheiden 4 mm. Dit is eigenlijk een weertype waar ik het minst van hou. Ik noem dit noch vis, noch vlees weer, waarbij de temperatuur niet zo ver van het vriespunt zit maar geen aanstalten maakt die richting uit te willen gaan. De uitersten liepen uiteen van +1.9 naar +4.6° bij een zwakke tot matige westelijke wind (max 8.1 m/s). Na enige verzachting tijdens het weekend lijkt het nadien de koudere continentale toer te willen opgaan. Ik maak voorlopig toch enig voorbehoud want aan de hand van de MRF- kaarten ziet de zaak voor Koning Winter er vooralsnog weinig soliede uit.
DONDERDAG 28 DECEMBER 2000 KIEKEPLUIMEN
Ik had het gisterenavond al voelen aankomen met die windkrimping naar noordwest tot west. Daar kon reeds tijdens de nacht al best dooi van komen en, zo geschiedde. Het kwik dat tijdens de sneeuwval van gisterenavond nog een half graadje onder het vriespunt zat, ging in de loop van de voorbije nacht langzaam maar zeker de hoogte in. Voor mij was het al een uitgemaakte zaak dat er tegen de volgende ochtend nauwelijks nog sneeuw zou liggen. Ondanks het feit dat de thermometer om vijf uur vanochtend +0.7° aanwees, is het met de (overigens lichte) dooi toch niet zo’n vaart gelopen. Integendeel, op hetzelfde tijdstip kwamen de eerste opklaringen van uit het westen aandrijven. Dat heeft er toe geleid dat de temperatuur prompt weer naar omlaag dook en zelfs tot een dikke graad onder nul zakte. Deze waarde werd iets na negenen geregistreerd, eens de zon haar zwakke stralen over het Hillegemse winterlandschap begon te werpen ging de temperatuur opnieuw aan het stijgen. Na de opklaringen tijdens de eerste uren nam de bewolking terug toe. Hm, als er maar niet te veel regenbuien gaan vallen, dacht ik zo, want het was toch over regen in laag en midden België dat Eddy De Mey het gisterenavond heeft gehad. Mijn vrees was echter ongegrond. Rond tienen ging mijn hartritme steil de hoogte in toen de radio-omroeper van dienst met het wegenbulletin voor de proppen kwam: “Hevige sneeuw in de provincie West – Vlaanderen”. Nou, vanaf dat tijdstip liet ik het werk in de hangar voor wat het was en ging postvatten bij de grote poort, de enige plaats waar ik naar buiten kon kijken. En ja hoor, rond elven begonnen de eerste sneeuwvlokken uit een steeds grijzer wordende lucht naar beneden dwarrelen. Met de minuut werd de sneeuwval intenser en op een bepaald moment sneeuwde het zo hard, met echte ‘kiekepluimen’ van zo’n 5 cm, dat men nauwelijks een paar honderd meter ver kon zien. Na een kwartiertje werd de sneeuwval minder en tegen de middag was de show over. Met de sneeuw van gisterenavond - die hier trouwens een dekje van 2 cm opleverde - kwam er in totaal 2 mm neerslag in de pluvio terecht. Met dank aan de occlusie die nu verder landinwaarts trekt. De zon brak geleidelijk door de bewolking heen en kreeg naarmate de namiddag vorderde alsmaar meer ruimte. Dat was ook voldoende om het kwik een drietal graden boven nul te duwen. Het dooide weliswaar licht maar de sneeuw is momenteel nog alom aanwezig. Ik geloof dat Sabine Hagedoren dringend aan een bril toe is want volgens haar is de sneeuw in Vlaanderen al volledig verdwenen, niet dus! De wind mag dan ondertussen al uit het zuidwesten komen, voelen deden we het zeker. De gevoelstemperatuur daalde regelmatig tot onder de –10! Eens de zon achter de kim verdween werd het terug merkbaar kouder en dit schrijvende bereikt het kwik opnieuw het vriespunt. Zoals altijd zal het van de hoeveelheid bewolking afhangen hoe diep het kwik de komende nacht zal zakken. Met de nog aanwezige sneeuw zou die best eens zwaarder kunnen uitpakken dan de –1 á –2° die voor Vlaanderen wordt verwacht, als het helder blijft tenminste. Tiens, de weersverwachtingen zijn ineens een stuk betrouwbaarder geworden zo lijkt het wel want dat het met het nieuwe jaar een stuk zachter wordt is volgens de meteorologen nu al een uitgemaakte zaak. Ja, ja, als het om het voorspellen van algemene dooi gaat heeft men minder kans om er naast te zitten nietwaar?
ZATERDAG 29 DECEMBER 2001 ” EEEH, ’t LIGT WIT!!”
Van een aangename verrassing gesproken! Omstreeks vijven vanochtend werd mijn aandacht getrokken door een ‘verdacht’ geluid, namelijk zingende dakgoten. Ik ging meteen poolshoogte nemen maar meer dan wat lichte regen met zo nu en dan een natte klodder sneeuw viel er niet te melden. Toch kwam de situatie me eigenaardig voor, zeker toen het na een half uurtje gestaag bleef doorregenen. Of nee, de regen ging meer en meer over in sneeuw terwijl de temperatuur verder naar omlaag ging, van iets meer dan twee graden om precies vijf uur naar slechts amper een tientje kort na zessen. Vrouwlief wist meteen hoe laat het was toen de gordijnen in de slaapkamer werden opengeschoven en de spiegel in ‘positie’ werd gebracht zodat ik vanuit bed de zaak kon blijven volgen. De straatlantaarn waarop ik me fixeerde staat echter op een respectabele afstand – de straat aan de andere zijde van de wijk – zodat ik niet meteen in de gaten had dat de sneeuwval verder intensiveerde. De sneeuwvlokken waren immers eerder aan de kleine kant maar toch, toen ik omstreeks zevenen een blik naar buiten gooide klonk het verbaasd: ” Eeeh, ’t ligt wit!!” waarop mijn halve trouwboek prompt repliceerde:” zie je dat nu maar pas?”. Van het feit dat de sneeuwval zwaar genoeg was om voor een witte wereld te zorgen had zij mij bij haar ‘inspectiebeurt’ – zo’n kwartiertje voordien – niet op de hoogte gebracht. Van je vrouw moet je het hebben nietwaar. Op de vraag vanwaar die sneeuw ineens vandaan kwam had ik al een antwoord in mijn achterhoofd zitten maar om alle onzekerheid weg te nemen startte ik de pc op om me middels het radarbeeld wijzer te laten maken. Het actuele beeld volstond meteen, ik hoefde niet verder in de tijd terug te gaan om te zien dat alles te maken had met dat golfje annex laag – om 06 UTC bij Brest - waarover ik het gisteren heb gehad. Het zaakje is dus onverwacht een stuk noordelijker opgeschoven met als gevolg dat voornamelijk het zuidelijk deel van Vlaanderen en Brabant, en uiteraard Wallonië, onder een wit dekentje kwam te liggen. Het feit dat de nul graden grens, of de overgangszone van droge sneeuw naar natte sneeuw of regen, dicht bij de grond lag leverde frappante verschillen op. Zo zagen ze in het Gentse praktisch geen vlok en klaagt onze waarnemer uit Sinaai Luk Derop steen en been. Ook weervrouw Jill in Putte behoorde tot de minder gelukkigen, misschien dat ze in Vilvoorde (iets dichter bij de ‘sneeuwzone’) tussen de opnamen door een sneeuwvlok zal hebben kunnen meepikken. Anderzijds hebben we onze ‘bevoorrechte’ waarnemers zoals Karel Holvoet en Steven De Schuiteneer die respectievelijk op de Alsemberg in de gelijknamige gemeente en op de Oudenberg te Geraardsbergen hun stek hebben en vandaar uit konden zien hoe de grond er slechts een vijftigtal meter lager praktisch onbedekt bijligt terwijl zij zich letterlijk of figuurlijk (aan hun de keuze) in een centimeters dikke sneeuwlaag hebben gewenteld. Ook Hillegem bevindt zich blijkbaar niet hoog genoeg, het sneeuwdekje dat ondanks een neerslagsom van vijf millimeter maximaal een halve centimeter dik werd, smolt vrij snel weg toen het na tienen geleidelijk stopte met sneeuwen. Na de middag waren er slechts her en der nog met moeite sneeuwsporen te vinden. Ondanks het feit dat het in de loop van de namiddag opnieuw, zij het meestal licht, begon te sneeuwen bleef het landschap er verder groen bij liggen. Warm werd het vanmiddag niet, het kwik haalde hoogstens een anderhalve graad zodat de maximumwaarde voor dit etmaal – een kleine vijf graden - reeds gisterenavond werd genoteerd. De wind heeft er na zijn escapades van gisteren duidelijk de brui aan gegeven en deed het hoogstens zwak uit west tot zuidwest. Volgens de meest recente gegevens zou het in de loop van de avond opnieuw gaan sneeuwen en deze keer door toedoen van een buienlijn die vanuit het westen over het land gaat trekken. Ook bij onze noorderburen was niet iedereen gelijk voor de (sneeuw)wet en bleven de buien voornamelijk het midden van Nederland bedienen al lijkt een nieuw neerslaggebied nu een groter deel van Noordzeeproducten te voorzien. Hopelijk krijgen we de komende dagen nog meer van dat wit spul maar zo te zien lijkt dat nog niet onmiddellijk te gaan lukken. Sinds zessen valt er immers ordinaire regen bij een terug wat oplopende temperatuur, dit nadat het rond vijven eventjes gaan opklaren was maar alras gevolgd door een hernieuwde toename van de bewolking vanuit het westen. Ik verwacht evenwel dat de neerslag in de loop van de avond weer in een vastere vorm de aarde gaat bereiken. Enfin, hoop ik toch.
ZONDAG 29 DECEMBER 2002 BAR TROPICAL
Terwijl de regen nu al zo’n twintig uur onafgebroken met wisselende intensiteit naar omlaag komt vallen, rijst meer en meer de vraag op welke wijze ik nog droogvoets tot aan de weerhut geraak. Dat wordt in het licht van de weersverwachting voor de komende uren wellicht de boot of tenminste kniehoge laarzen. Nee, alle gekheid op een stokje, elke liter die momenteel het groene bakje vult is er eentje teveel. Nu al wordt – o.a. via het forum – melding gemaakt van wateroverlast die zich op meerdere plaatsen begint te manifesteren. Steven te Aaigem had het zonet nog over de plaatselijke Molenbeek die buiten haar oevers is getreden en tegen morgenochtend wellicht daar problemen gaat veroorzaken, bij onze noorderburen is het op een aantal locaties eveneens al prijs. Fronten lijken het de laatste tijd leuk te vinden om boven onze omgeving te activeren, iets wat het afgelopen etmaal niet anders is geweest en ook de komende vierentwintig tot zesendertig uur het geval zal zijn, de neerslagprognose spreekt voor zich. Met dit gegeven en nu al duizend vijfentachtig millimeter in ‘the pocket’ staat het zo goed als vast dat het neerslagrecord van vorig jaar met gemak in de prullenmand zal worden gegooid. Idem dito wat betreft het decaderecord van december 1999 toen de laatste tien dagen van dat jaar met vijfentachtig liter uitzonderlijk nat de Hillegemse weerkronieken werden ingeschreven Of ik hier echt blij om moet zijn weet ik voorlopig echter nog niet, evenzeer met een ander record dat er zit aan te komen. Eentje op thermisch vlak, de laatste tien dagen van december zijn sinds de start van de waarnemingen hier nog nooit zo warm verlopen. Het decadegemiddelde bedraagt momenteel acht punt negen graden en dat is maar liefst acht tienden hoger dan wat tijdens de laatste tien dagen van 1988 werd geregistreerd. Het is allemaal weliswaar nog voorlopig maar gezien de temperatuur tijdens de resterende twee dagen niet meteen de neiging vertoont om onderuit te gaan lijkt de zaak wat dat betreft eveneens vast te staan. Het is inmiddels trouwens opnieuw een stuk zachter geworden nadat het kwik het vannacht eventjes in de lagere regionen is gaan zoeken. Rond drieën koelde het tot iets minder dan zeven graden af, naar de ochtend toe ging het dan geleidelijk aan hogerop om uiteindelijk en dit voornamelijk tijdens de avond tot een twaalftal graden op te warmen. Ook morgen zitten we nog volop in de zachte lucht waarna het volgens de laatste gegevens geleidelijk aan wat koeler wordt. Een groot deel van Nederland zou tegen dinsdagmiddag mogelijk in de vrieslucht kunnen terecht komen waarna het in de loop van de avond en nacht onze beurt wordt om het kwik – zij het slechts voor even – in de negatieve cijfers te zien duiken al wordt het mijns inziens eerder ‘flirten’. Het ziet er echter jammer genoeg naar uit dat de weergoden dit twaalf-uurs dipje meteen flink zullen afstraffen en het op donderdag dixit GFS ronduit “bar tropical” worden zal. Ik hoop bij God dat datzelfde Amerikaans weermodel wat betreft de vooruitzichten op de langere termijn niet het bij het rechte eind zal hebben. Terwijl ik de zuidwester middels de anemometernaald weerom tot twaalf m/s zie pieken bij nog steeds een twaalftal graden op het weergavevenstertje, komt het laatste weerkaartje voor volgende zondag me zelfs wat onwerkelijk voor. Een actieve storing bij negatieve temperaturen?
MAANDAG 29 DECEMBER 2003 PASCALE
Ik hoefde gisterenavond dus enkel het woordje ‘helder’ te fluisteren waarop die van hierboven de zaak prompt dicht hebben gegooid. Het thermisch verloop was er dan ook naar, van net geen +3° gisterenavond liep het kwik in de loop van de nacht op tot om en bij +4°. Wat het resultaat zonder al die laaghangende rotzooi zou geweest zijn werd vanochtend vroeg merkbaar toen het ging opklaren en het kwik in de hut amper drie tientjes van het vriespunt verwijderd bleef. Het was gisteren de verwachting dat Pascale net ten zuiden zou langstrekken. Dat deed die dus niet en schoof een eind verder zuidwaarts over Frankrijk richting Middelandse Zee. Mochten de volgende depressies dit voorbeeld willen volgen zouden we nog leuke tijden kunnen beleven. De enige noemenswaardige neerslagactiviteit die vandaag te noteren viel was afkomstig van een zwakke occlusie die tijdens de late voormiddag voornamelijk boven West-Vlaanderen wat neerslag heeft gelost. De bewolking ervan reikte tot over deze omgeving maar bedekte het zwerk niet helemaal zodat de laag in het zuiden hangende zon regelmatig tussen de altocumulusvelden door te zien was. Vanaf de middag klaarde het helemaal op en werd het op deze wijze zelfs een vrij aardige namiddag. Het kwik steeg hierbij tot een zestal graden wat bij een meestal zwakke zuidenwind lang niet als koud kan worden beschouwd. Terwijl de ‘randverschijnselen’ van Pascale onder de vorm van cirrussluiers de zuidelijke einder bedekken is de rest van het zwerk van bewolking gevrijwaard. De afkoeling kan dus ongehinderd haar gang gaan en heeft het kwik inmiddels in de buurt van het nulpunt gebracht. In de hut zit ze er slechts zo’n dikke eenheid boven, aan de grond vriest het licht. Ik ga er van uit dat bewolking de komende nacht weg blijft en pas in de loop van morgenochtend of voormiddag op de nadering van een verzwakkende occlusie opnieuw zal toenemen. In dat geval hebben we weer eens negatiefjes beet. Neerslag hoeven we uit die occlusie op grond van de huidige berekeningen niet te vrezen. Overigens zijn diezelfde berekeningen de sneeuwliefhebbers wat de jaarswisseling betreft weer wat gunstiger gezind al blijft het een grensgeval en kan het nog alle kanten uit. GFS lijkt evenwel meer en meer geneigd de winterse kaart te trekken. Enfin, wait and see en niet te gauw het pleisterwerk van het plafond springen.
DINSDAG 28 DECEMBER 2004 EEN WITTE WAAS
Even was ie er en zo weer weg, de witte wereld. Eigenlijk doe ik die naam een beetje geweld aan want zo wit zag het er vanochtend nu ook weer niet uit. Toen ik voor het eerst, rond half zes, poolshoogte nam was het nog droog. Met de stevige wind die er rond die tijd stond was het buiten zo al niet meteen gezellig vertoeven ondanks het feit dat de temperatuur intussen reeds tot een ruime plus twee opgelopen was. Dixit de radarbeelden moet het korte tijd later aan het regenen zijn gegaan, dat vermoed ik tenminste. Bij het opstaan rond achten bestond de neerslag uit een mengeling van regen en sneeuw waarvan het gros uit eerstgenoemde neerslagsoort bestond. Laat die luiken dan nog maar even dicht, dacht ik in eerste instantie maar moest mijn mening al snel herzien toen het rond half negen plots hard begon te sneeuwen. Geen half gesmolten prul maar echte ‘kiekepluimen’. Jammer genoeg ging de intensiteit er na een tiental minuten weer uit al bleef het wel nog enige tijd lekker doorsneeuwen bij een opnieuw richting vriespunt dalend kwik waardoor er over het landschap stilaan een witte waas geworpen werd. Na een uur of wat kwam aan de winterse opvoering een eind, ging het regenen en viel tegen elven van sneeuw bijna niets meer te bespeuren. Het tijdstip waarop schrijver dezes er op uit trok om een paar sfeerbeelden te schieten was rijkelijk laat. Gelukkig lag er op de Borsbeekse ‘hoogvlakte’ merkelijk meer van het witte spul zodat er omstreeks half elf nog voldoende van over bleef om bewijsmateriaal te verzamelen. Na de middag bleef het nog enige tijd een komen en gaan van buien die het dagtotaal tot negen millimeter hebben opgevoerd, dit bij een stevig doorstaande en naar west ruimende wind. Het mag met een vijftal graden een stukje zachter geworden zijn, een frisse neus halen zonder jas was er in tegenstelling tot gisterenmiddag zeker niet bij. Tijdens de tweede namiddaghelft knapte het weerbeeld ‘visueel’ geleidelijk op en werden we vergast op wat zon. Voor morgen zien de zaken er terug droger uit en kan het kwik mits wat medewerking van hierboven tot een achttal graden oplopen. Eerder gewoontjes dus wat ook het scenario voor de komende tiendaagse zal zijn. We zullen het, vrees ik, van ordinaire frontpassages met occasioneel een weinig turbulentie moeten hebben. Van de vorst namen we hier overigens kort na middernacht afscheid, vraag is wanneer ie deze winter nog eens een ‘comback’ maakt.