Die nacht naar 10 januari sliep ik slecht door de spannende ontwikkeling. Er was vrijdag inderdaad niets te merken van naderend vriesweer en toch was dat op de achtergrond bezig. Bovendien was duidelijk dat het hard zou gaan vriezen. Hoe hard het ging, blijkt uit het feit dat ik maandag 12-1 al zonder probleem de Alblasserwaard ben rond geschaatst. Ik vertrouwde dat wel door de koude voorgeschiedenis en de extreem koude dagen.
Hoe extreem het zondag de 11-e al was wordt vaak vergeten door de aandacht voor de harde wind van 14-1 bij -8 tot -11. Maar zondag was qua temperatuur al extreem koud met een maximum op veel plaatsen ongeveer -10. Ik sloeg aan het rekenen: ijsvorming begonnen in de vroege ochtend van 10-1 met daarna een dalende temperatuur tot -10 tegen middernacht. Geschatte bijdrage aan K: 4 punten. Zondag een gemiddelde van zeker -10, dus minstens 10 punten. Dan zit ik op K=14. Maandagochtend ook iets van -12. Over 8 uur gerekend zijn dat weer 3 punten. Dus de teller stond maandagochtend op minstens 17. Omdat de voorgeschiedenis koud was kon ik er op rekenen dat ijsvorming zaterdag direct begonnen was. De wind was niet te sterk. Conclusie: het ijs is er en we gaan een ronde maken.
Het werd één van de mooiste schaatstochten ooit, over prachtig ijs, voor het grootste deel nog niet bereden. Wij spraken plaatselijke mensen die zich erover verbaasden omdat het op sommige plaatsen zondagochtend nog open had gelegen. Gewaagd? Misschien een beetje, maar zwak ijs zijn we zeker niet tegen gekomen. Een week later schaatste ik de Elfmerentocht. Toch wel een unieke vorstperiode.