Zaterdag is de overgangsdag. De winter valt in in het noorden en langzaam schuift de voorste begrenzing verder zuidwaarts. Op deze manier valt ook de sneeuw.
De vorstgrens schuift op zondag door tot onder de grote rivieren. Ook de sneeuw.
Op maandag ligt dan de vorstgrens boven het uiterste zuiden van Nederland en schuift langzaam België binnen. Hoe ver exact de vorstgrens door kan schuiven is moeilijk in te schatten. Het zuiden van Nederland en België hoeven niet veel sneeuw ter verwachten. Midden en Noord-Nederland kunnen rekenen op accumulatie tussen 15 en 25 cm.
Een andere factor die een grote rol gaat spelen is de windkracht. Vooral zondag staat er boven de noordelijke helft van Nederland een krachtige tot harde wind. Deze wind kan voor veel overlast zorgen door duinvorming. In 1979 waren de omstandigheden overigens gunstiger door landschappen die er als een spiegel bijlagen voordat het begon te sneeuwen. De sneeuw waaide letterlijk van de Noordduitse vlakte over het noorden van Nederland.
Dinsdag ligt heel Nederland in de vorst. De vorst kan soms stevig uitpakken, afhankelijk van windsnelheid en opklaringen. Rond - 15 °C moet goed mogelijk zijn plaatselijk.
Een eind van de winter wordt verwacht op 12 februari. De winter zal heftig kunnen zijn, maar is geen lang leven beschoren.