In de midden jaren 80 woonde ik in in Spijk, NO Groningen.
In één van de drie zeer strenge winters, hadden wij als puberjongens de heerlijke gewoonte eigen gemaakt om na schooltijd al fietsend over het ijs, de watergangen in de omgeving te verkennen.
Het ijs was inmiddels overal meer dan 10 cm dik, er reden zelfs auto's overheen en dus hadden we alle voorzichtigheid laten varen.
Zo fietsten we ook over de zo'n 15 meter brede bermsloot naast de dijk. We hadden het plan opgevat om ook over de bevroren zee (de Eems) te gaan lopen/fietsen.
Een paar kilometer verderop stond een gemaal, maar daar stonden wij niet bij stil. Opeens klonk er een harde knal en zakten we in een seconde tijd zo'n 20 cm naar beneden en vielen allemaal om van schrik. Mijn hart stond even stil en in een reflex renden we over het ijs naar de wal. Daar de situatie bekeken en het bleek dat er een enorme grote schots naar beneden was gezakt.
De schots was zo groot, dat hij bleef liggen en we even later op onze buik liggend onder het zwevend ijs konden kijken. We hadden een heel eind over lucht gefietst!
Stoer pratend fantaseerden we over aan wat voor een ramp we waren ontsnapt. Als de schots kleiner was geweest en onder ons gewicht schuin was komen te liggen, dan waren we zomaar met fiets en al het water in gegleden onder het ijs. Wat als nadien het ijs zich weer had gesloten? De term bomijs was me opeens ook duidelijk geworden. Wat een knal was het!
Quote selectie