Zeven ijsdagen na verstoorde poolwervel (KNMI)

Bericht van: sebastiaan (bussum) , 18-02-2021 14:59 

Jarenlang hoorde je weinig over SSWs bij het KNMI. Een nieuwe generatie van KNMI-ers slaat een andere weg in. Tof!

Op de volgende wintermeeting (november 2021) zal de bespreking van de 2021 SSW een deel van het programma zijn. 

 

 18 februari 2021

De inval van winterse kou op 7 februari ging samen met een sneeuwstorm en de koude periode sloot af met ijzel. De toegenomen winterse kansen in de weken na een verstoring van de poolwervel werden verzilverd met zeven ijsdagen gemeten op het KNMI-meetstation in De Bilt. Het gemiddeld aantal ijsdagen in de winter neemt door klimaatverandering steeds verder af.
Verstoorde poolwervel opmaat naar winterweer

Zoals verwacht leidde een plotselinge stratosferische opwarming  tot grootschalige atmosferische veranderingen gedurende de maand januari. De verstoorde poolwervel bracht uiteindelijk een hogere luchtdruk boven de pool en een iets lagere luchtdruk ten zuiden van de breedtegraad van Nederland. Dit drukpatroon wordt vaak uitgedrukt in de Arctische Oscillatie index (AO-index): een negatieve waarde van de index gaat samen met een hogere luchtdruk boven de pool.

Figuur 1 laat zien dat de grootschalige atmosferische veranderingen zich gedurende de maand januari hebben doorgezet bij het aardoppervlak. Uiteindelijk piekte de hogedruk in het Noordpoolgebied rond 9 februari, ruim een maand na de verstoring van de poolwervel in de stratosfeer. Mede hierdoor volgden sneeuwstorm Darcy en de winterinval in Nederland.
Extremen in plaats van gemiddelden

De genoemde verandering in de grootschalige luchtdrukverdeling betekent niet automatisch dat er winterweer komt in Nederland. Voor aanhoudend koud winterweer is Nederland afhankelijk van transportkou. Dit zijn koude luchtmassa’s die uit noordelijke of oostelijke richting over ons land uitstromen. Uit de waarnemingen van alle plotselinge stratosferische opwarmingen geanalyseerd sinds 1979 blijkt dat het daarna aan de grond slechts minder dan een halve graad kouder is dan gemiddeld. Echter, de respons van de laagst gemeten dagelijkse maximum- (en minimum)temperatuur is groter (0.5-3 graden kouder) vergeleken met die in een vergelijkbare periode in de winter zonder voorafgaande plotselinge stratosferische opwarming (figuur 2). Oftewel, vooral de kans op koude-extremen neemt toe.


IJsdagen in De Bilt

De toegenomen kans op koude-extremen bekijken we aan de hand van het aantal ijsdagen in De Bilt in de eerste 45 dagen na een plotselinge stratosferische opwarming. Voor een ijsdag mag de temperatuur in De Bilt de hele dag niet boven het vriespunt komen. Na een plotselinge stratosferische opwarming vinden we gemiddeld 3 ijsdagen in De Bilt, terwijl het langjarig gemiddelde 2 ijsdagen is (over dezelfde 45 winterdagen). Het verschil is absoluut gezien dus gering. Het aantal ijsdagen per gebeurtenis verschilt wel flink. Bijvoorbeeld, na de plotselinge stratosferische opwarming in januari 2019 waren er 2 ijsdagen, terwijl in 2013 we in de eerste 45 dagen 13 ijsdagen telden. Dit jaar kwamen we uit op 7 ijsdagen. Kortom, na een plotselinge stratosferische opwarming is de kans op extreme kou weliswaar iets groter, maar uitgedrukt in het aantal ijsdagen in De Bilt is het effect op z’n minst wisselend.


Onder vergrootglas door klimaatverandering

Door de opwarming van het klimaat wordt koud winterweer in Nederland meer en meer afhankelijk van toevallig met elkaar samenvallende factoren. Daardoor komt het aantal dagen met vorst, en vooral het aantal ijsdagen met vaak gunstige schaatsomstandigheden steeds meer onder een vergrootglas te liggen. Tussen 1981 en 1990 waren er gemiddeld 9 ijsdagen in de winter. Door de opwarming van het klimaat is dit afgenomen tot gemiddeld minder dan 4 ijsdagen (over de laatste 10 jaar 2011-2020). Het al of niet voorkomen van een plotselinge stratosferische opwarming zal steeds vaker het verschil kunnen maken tussen een winter met of zonder ijsdagen en gunstige schaatsomstandigheden.

KNMI-klimaatbericht door Michiel van Weele en Lars van Galen



Bericht laatst bijgewerkt: 18-02-2021 15:00
„Et nul ne se connait tant qu'il n'a pas souffert, „C'est une dure loi, mais une loi suprème, „Vieille comme le monde et la fatalité, „Qu'l nous faut du malheur regevoir le baptéme, ~Et qu'a ce triste prix tout doit étre acheté. „Les moissons pour murir out besoin de rosée, „Pour vivre et pour sentir l'homme a besoin de pleura, „La joie a pour symbole une plante brisée, „Humide encore de pluie et couverte de fleurs."

Zeven ijsdagen na verstoorde poolwervel (KNMI)   ( 1389)
sebastiaan (bussum) -- 18-02-2021 14:59
Is de aankomende warmte ook een gevolg van de SSW ?   ( 577)
Mark (Hillegom) -- 18-02-2021 15:01
Re: Is de aankomende warmte ook een gevolg van de SSW ?   ( 436)
VdeV(Heerenveen) -- 18-02-2021 15:42
Alleen jammer van de Qbo   ( 552)
Wilfried (Amsterdam-Westerpark) -- 18-02-2021 15:04
Re: Zeven ijsdagen na verstoorde poolwervel (KNMI)   ( 355)
Guus (Drachten) -- 18-02-2021 15:55
Ik tel maar 6 ijsdagen   ( 252)
Chris vd Bos (Vijfhuizen) ( -2m) -- 18-02-2021 17:14
Is inmiddels gecorrigeerd naar -0,1°C, dus 7 ijsdagen   ( 137)
Thom (Zoetermeer) -- 18-02-2021 19:19