uitwisseling van impuls. Het zeewater is donderdag ten opzichte van de aangevoerde postfrontale luchtmassa relatief koud. Dit heeft tot gevolg dat bij eenzelfde drukgradiënt de grenslaag boven zee anders van opbouw is dan boven land, lees: stabieler/neutraal boven zee vs onstabiel boven land. Een onstabiele grenslaag staat garant voor meer turbulente menging en dus meer verticale uitwisseling van horizontale impuls.
Het is altijd een zeer delicate balans tussen enerzijds de grootte van de drukgradiënt (lees: windsnelheid) en de stabiliteitsklasse van de grenslaag. Immers, op het tijdstip van de getoonde kaart zien we bij het knijpveld wat verder buitengaats dat de drukgradiënt overheersend is. Met andere woorden, daar waait het zo hard dat de neiging tot stabilisatie boven zee teniet gedaan wordt, en daarmee zijn dus zwaardere windstoten mogelijk.
Je kunt dergelijke balansprocessen ook waarnemen bij nachtelijke windmaxima op lage hoogten aan de top van de grenslaag. Als de wrijvingscomponent wegvalt kan de low level jet zodanig 'doorschieten' dat de bijbehorende turbulentie de van oorsprong stabiele grenslaag doormengt waardoor de stabiele opbouw verloren gaat. Daarmee zal de windsnelheid in de kolom kortdurend homogeniseren (toenemende wind is waar te nemen aan de grond) en valt de low level jet vrijwel instantaan stil. We noemen dit de zogenaamde intermittent low level jet.
De beschreven processen zien we voor donderdag in bijna alle uitvoer in meer of mindere mate tot uiting komen in de vorm van een zone voor de kust met lagere Fx. Uiteraard wordt dit beeld ook deels bepaald door de resolutie en modeleigenschappen. De vraag is hoe de balans tussen enerzijds drukgradiënt en anderzijds (on)stabiliteit uiteindelijk uitvalt. Een wat scherpere gradiënt levert in dit geval ook aan de kust gewoon 100+km/h op.