Woensdag 12 aprIL 2000 THE FUN HAS JUST BEGUN
Ik zit hier nu al zo’n half uur te zoeken naar gepaste krachttermen om dit dagverslag te openen. Woorden schieten me echter te kort om te verwoorden hoe ik me deze namiddag heb gevoeld op het Oosterzeelse akkerland. ‘t Was zoals in Chili, afzien dus! Verkleumd, doornat, gegeseld door wind en hagel die de gevoelstemperatuur rond drieën tot -13° hebben doen dalen. Ik, samen met nog een aantal kerels, heb het allemaal moeten doorstaan. We konden ons enkel warmen aan de gedachten van een heet bad en stevige borrel. Het zag er vanochtend anders niet zo onvriendelijk uit na de passage van enkele nachtelijke koufrontbuien. Quicky heeft rond dat moment de luchtdruk naar een, voor april, recordlage waarde van 985 hPa doen dalen. De eerste uren kregen we regelmatig de zon te zien maar de meestal matige zuidwester voelde toen al behoorlijk koud aan. Het kwik schommelde op dat moment zo rond een viertal graden. Naarmate de voormiddag vorderde sloot het wolkendek zich meer en meer met zo nu en dan al wat lichte regen. Regelmatig kregen we de indruk dat het zelfs nog wat kouder werd. Rond de middag werd de waterkraan hierboven iets verder opengedraaid maar al bij al was het dan nog best te doen. Een uur later kreeg de lucht in het zuidwesten echter een kleurtje die me voor een keer weinig aansprak. “The fun has just begun” riep ik uit waarop mijn omstaanders me eerst met meewarige blikken aankeken om luttele minuten later door te krijgen wat ik hiermee bedoelde. Een uit de sloffen schietende wind joeg ineens witte gordijnen van regen, stofhagel en zelfs klodders natte sneeuw voor zich uit. Op korte tijd won m’n jas flink aan gewicht waarbij het niet op een kilootje meer of minder aan kwam. Na een half uur leek het ergste voorbij maar schijn bedriegt zegt men meestal en dat was nu niet anders. Rond drieën herhaalde hetzelfde scenario zich maar in nog heviger mate en opnieuw stonden we er midden in! Even voordien waren we immers bomen gaan leveren bij een klant waarbij we korte tijd “droog” stonden. De temperatuur daalde tijdens deze bui, die opnieuw een stevige dosis hagel aan boord had en werd voorafgegaan door een imposante wall cloud, tot een dieptepunt. Om 15:01 registreerde de Wizard met 2.4° meteen het etmaalminimum. Ironie alom toen het tegen de tijd dat we terug drogere oorden konden opzoeken, ophield met van alles te doen en de zon weer tevoorschijn kwam. Die duwde het kwik rond vijven in extremis nog naar een maximale waarde van 9.4°. Na een adempauze van enkele uren met zon en nog een paar “afschampers” wordt het momenteel terug erg donker en nadert vanuit het zuidwesten terug een - zoals het er van hier uit ziet - stevig uit de kluiten gewassen bui. De kern lijkt wel ten westen van hier langs te zullen trekken. In totaal ving de pluvio het afgelopen etmaal de niet onaardige neerslagsom van 6.5 mm op. Allez, nu ik hier hoog en droog achter het scherm van de PC zit te tokkelen kan ik zonder wrange nasmaak stellen dat dit nog eens een weertje met pit is geweest. Ook morgen zit er dynamiek in het weer, nogal logisch met temperaturen die op vijf kilometer hoogte tot -35° zijn gedaald. Nadien lijkt de boel wat te willen kalmeren terwijl op thermisch vlak de zaken er een beetje rooskleuriger beginnen uit te zien. Of het vanaf de tweede helft van komende week daadwerkelijk warmer gaat worden is nog een beetje de ver-van-mijn-bed-show.
Zaterdag 14 april 2001 KILLING FIELDS
Twee voor de prijs van één en het heeft maar een haar (lees een tiende) gescheeld of het waren er drie. Jawel, Hillegem beleefde de koudste start in vijftien jaar wat betreft de periode tussen 10 en 15 april. Vanochtend daalde het kwik immers naar een minimale waarde van –3.3° in de hut en –6.6° aan de grond. Eigenlijk vond ik het jammer dat de zon nog zo lang vrij haar gang heeft mogen gaan want deze heeft de temperatuur in de vroege namiddag nog tot 7.3° doen oplopen. Net een tiende te hoog voor een nieuw decaderecord. Voor mijn part had het warmtefront, dat nu sinds een paar uur haar lading aan het lossen is, gerust een paar uur eerder mogen opdagen. Wat het minimum en de gemiddelde temperatuur betreft was het dus wel dik prijs. De oude records zijn respectievelijk met 1.3 en 2° scherper gesteld, dat kan dus tellen. Het is overigens van 12 april 1986 geleden dat het rond deze tijd nog zo hard gevroren heeft. In Kleine-Brogel noteerden ze vanochtend vijf en te Elsenborn liefst zeven graden vorst. Voor de fruittelers die geen voorzorgen hebben genomen zal de schade niet te overzien zijn, net nu de bomen volop in bloei staan. Na de land- en tuinbouw krijgt nu ook deze sector harde klappen. In ijzige omstandigheden moest schrijver dezes dus nog eens een dagje doorbrengen op de ‘Killing Fields’ te Oosterzele. Ik moet er niet aan denken hoe het zou geweest zijn indien de wind er zo stevig had aan zitten trekken zoals gisteren. Gelukkig bleef deze tijdens de eerste uren grotendeels afwezig en is pas in de loop van de namiddag terug wat meer gas beginnen geven uit zuidwestelijke richting. De eerste uren verliepen aan de zonnige kant al was er reeds rond zonsopkomst wat sluierbewolking aanwezig. Aanvankelijk waren het dunne slierten cirrus fibratus die enkel optische verschijnselen veroorzaakten. Ik zal het maar wijselijk bij een soort bijzon houden al leek het mij eerder een soort verticaal stukje regenboog, zowel links als rechts van de zon. Naar de middag toe kreeg de zon het al een beetje lastiger om door de cirrusslierten heen te raken. Na de middag was ze slechts nog als door een soort matglas (cirrostratus) te zien om dan geleidelijk door altostratus weg te worden geduwd. Samen met de toename van de wind voelde het ’s namiddags ondanks een verschil van tien graden, een stuk ongezelliger aan dan vanochtend. Toen het dan omstreeks half vijf begon te regenen was het natuurlijk helemaal op zeep en werd het de hoogste tijd om het ‘af te trappen’. Volgens de laatste gegevens zou het koufront tegen morgenochtend over Vlaanderen getrokken zijn. Het schijnt een behoorlijk actief ding te zijn, zowel AVN als MRF berekenen op de passage van het koufront zelf zo’n 10 liter neerslag. Ik hoef morgenavond niet verwonderd te zijn als het groene bakje tot het vijftien millimeter – markeringstreepje gevuld zal zijn. Naar het schijnt zouden bepaalde stukken op het parcours van Parijs-Roubaix niet met de fiets maar met pedalo’s (pedaalboten) worden afgewerkt. Zeker weet ik het niet, ’t is maar van horen zeggen….
Zondag 14 april 2002 H-E-M-E-L-K-R-A-A-N
Drie millimeter, als etmaalsom is het niet wat je meteen een grote massa kan noemen maar sinds 21 maart (toen tien liter) heeft het hier niet meer zo veel geregend. Rond deze tijd – en dit zeker na een droge periode van langere duur - durft dit wel eens vaker leiden tot welriekende toestanden wanneer iedereen in deze buurt en net als ik trouwens, niet langer aan de drang kon weerstaan om het gazon en de beplanting in de tuin te gaan bemesten. Hmpffffffffff, het is eens een andere manier om de lente op te snuiven alhoewel moeilijk van lenteweer kan worden gesproken. Vanochtend zag het er nochtans veelbelovend uit met tijdens het eerste anderhalf uur flink wat zon. Na de stralende aanzet nam de bewolking van het westen uit echter snel toe en voor we er hier erg in hadden begon het – zo rond half negen - uit een grijs en grauw geworden zwerk zowaar pittig te regenen. Toen de hemelkraan (heh, heh, h-e-m-e-l-k-r-a-a-n, wat een genot om dit nog eens zwart op wit gedrukt te zien staan) na ruim een half uurtje terug werd dichtgedraaid was het groene bakje tot aan het tweede maatstreepje gevuld. Hierna volgde een bescheiden herstel middels enkele korte zonnige doorbraken doch aan het gemak waarmee het clubje cumulus zich vervolgens weer ontwikkelde kon je zo zien dat er nog wat in de lucht hing. Het heeft uiteindelijk toch nog een tijdje geduurd voor een tweede bui het dagtotaal met een millimeter extra kwam aanvullen, tot omstreeks vieren om precies te zijn en ook nu regende het korte tijd vrij hard. Hiermee hadden we het gehad voor vandaag en klaarde het geleidelijk op met een stralende zonsondergang tot gevolg. De toegenomen wisselvalligheid hebben we te danken aan een koude put die aan de grond onder meer wordt vorm gegeven door Resi al denk ik dat we vandaag met een secundaire laag te maken hebben gehad die met haar of zijn kern rond de middag boven het zuidoosten van Nederland lag en waarbij de er omheen circulerende luchtmassa door de aanwezige buien goed te zien was op het neerslagradarbeeld. Wat de temperatuur betreft zou ik liever het zwijgen toe doen, waarden oplopend van een frisse twee naar een schamele twaalf horen eerder thuis ergens in medio maart dan midden april. Gelukkig stond er vandaag in het algemeen minder wind t.o.v. de vorige dagen zodat het thermische leed gevoelsmatig enigszins beperkt bleef, overigens is de wind nog wat verder naar het westen gekrompen. In vergelijking met vorig jaar hebben we echter allerminst te klagen, zo leek het toen op een aantal plaatsen bij onze noorderburen eerder Kerst dan Pasen met in de loop van zaterdagavond (de veertiende) betekenisvolle sneeuwval. Op vele plaatsen vormde zich een laagje van één tot anderhalve centimeter, in Nieuwe Ballinge (omgeving Hoogeveen) dikte de sneeuwlaag zich zelfs op tot meer dan drie centimeter met kleine ophopingen tot acht. Bij ons was het vooral de nachtvorst die in het oog sprong met waarden die varieerden van –3° in Vlaanderen tot –7° te Elsenborn. Zaken zoals dit hoeven we nu niet meteen te vrezen. Integendeel, zoals het er nu naar uit ziet klimt het kwik midden volgende week tot een eind boven de vijftien graden grens uit wat samen met een blijvende neerslagkans er voor kan zorgen dat mijn grasmaaier straks de groei van het gazon niet meer zal kunnen bij houden.
Dinsdag 15 april 2003 HARTJE ZOMER
Ik val maar meteen met de zomerse deur in huis: dit was de warmste vijftiende april sinds meer dan vijftig jaar, misschien zelfs van de voorbije honderd jaar. Op zich heeft dit gegeven wellicht niet zo veel te betekenen maar het geeft in elk geval aan dat het weergebeuren zoals dit zich momenteel manifesteert, als zeer uitzonderlijk mag worden beschouwd. Zelfs aan onze kust leek het deze namiddag hartje zomer, dit vooral door toedoen van een zuidooster die alhoewel een stuk minder opdringerig, toch nog krachtig genoeg was om de zeebries buiten de spreekwoordelijke deur te houden. Het werd er dan ook zo’n drie- à vierentwintig graden warm. In het binnenland liep het kwik uiteraard nog een eindje hoger op, zo noteerde ik alvast een maximum van zesentwintig graden. Wat dit station betreft is dit de op twee na hoogste waarde die ooit in een grasmaand werd opgetekend. Op dertig april 1993 en achttien april 1988 werd het met respectievelijk zesentwintig punt vijf en zevenentwintig graden nog een stukje warmer. Het zou me overigens niet verwonderen mocht deze laatste (record)waarde morgen voor de bijl gaan. Voor de rest valt er weinig nieuws te rapen. Het afzwakken van de zuidooster tijdens de voorbije nacht resulteerde in een iets lagere minimumtemperatuur waarbij me vooral het grotere verschil tussen hut en grastemperatuur is opgevallen. Gezien het feit dat het kwik momenteel nog steeds rond een vierentwintigtal graden schommelt, zou de komende nacht naar mijn gevoel een stuk zachter blijven. En ‘vaneigens’ was er ook de zon die vandaag geen last had van cirrus en konsoorten en dan ook overuren heeft gepresteerd, vanuit Ukkel krijgen we trouwens de melding dat deze lente nu al de zonnigste is sinds het begin van de metingen aldaar. Wat morgen betreft is er dus geen vuiltje aan de lucht en tekenen we de tweede zomerse dag van deze lente op. Op donderdag en vrijdag staat de zon nog steeds in steraanbieding maar gaat het kwik geleidelijk naar omlaag. Dit wegens het kantelen van hoog Rena waardoor de luchtstroming naar het noordoosten krimpt. Over het weekend ga ik het wijselijk nog niet hebben, ik heb immers geen zin om als een spelbreker te worden beschouwd.
DINSDAG 13 APRIL 2004 DAT VOREDING
Allez, hop, weg met dat ‘voreding’. Ik geloof dat we onze portie stratocumulus voor de komende weken nu wel op hebben. Zeker in vergelijking met het terrasjesweer van gisteren (uit de wind dan) was het vandaag opnieuw een troosteloze bedoening. De intenties van het Atlantisch hoog zullen wel goed zijn geweest maar aan de zuidoostelijke flank van haar uitloper sloop sinds vannacht wel een hoop Noordzeevocht het Vlaamse luchtruim binnen met als gevolg dat de zaak potdicht raakte, er vanochtend enige tijd zelfs wat neerslag viel en de temperatuur achter bleef. Enkel de minima hielden zich min of meer op een aanvaardbaar niveau maar met een twaalftal graden bleef het kwik vanmiddag onder de thermische geplogenheden voor deze tijd van het jaar. Dixit het satellietbeeld lijkt er voorlopig maar weinig schot in de grijze zaak te komen al doet hoop wel leven. Terwijl voornoemde wig wordt afgebroken ontwikkelt zich boven Polen een nieuwe hogedrukkern waardoor de aangevoerde lucht continentaal wordt. Dit zou alvast voor morgen al betere perspectieven moeten bieden, zonder bewolking doen we het voorlopig nog niet als ik een aantal weerkaarten mag geloven, maar de zon zal wellicht al voor een deel in het stuk voorkomen. Of het kwik reeds boven de vijftien graden grens zal geraken laat ik in het midden. Lukt het morgen nog niet meteen dan vast tijdens de daaropvolgende dagen met meer zon en hogere kwikstanden. Vooral vrijdag en zaterdag zien er voorlopig ‘tip-top’ uit.
WOENSDAG 13 APRIL 2005 PROCESSIE VAN ECHTERNACH
Ik had hem toen ik nog (veel) jonger was ook wel graag, een “plakker”. Op de dansvloer welteverstaan, heen en weer wiegen op een vierkante centimeter met de vlees geworden droom van die avond dicht tegen je aan. Wat heeft dit nu eigenlijk met het weer te maken zal de lezer zich wellicht al hebben afgevraagd. Wel, we zitten momenteel ook met een plakker opgescheept. Een aan golfvorming onderhevig front dat er inmiddels al een halve etmaal heeft over gedaan om van de kust tot het centrum van het land op te schuiven. De oostwaartse progressie van het systeem heeft, zoals Frank het vanochtend verwoorde, dan ook veel weg van de processie van Echternach. Het leverde ons hier – in tegenstelling tot het nog vrij zonnige oosten - alvast veel stratiforme somberheid op, vanaf de middag bij tussenpozen besprenkeld met een weinig regen terwijl het kwik met veel moeite tot een twaalftal graden opklom. Naar de avond toe werd de regenval geleidelijk intenser. Vooral tussen half vijf en half zes viel de nattigheid met behoorlijk grote hoeveelheden uit een donkere nimbostratuslucht, het gros van de neerslagbijdrage leverend die hiermee op zeven millimeter werd gebracht. Een naar zuid tot zuidwest gekrompen wind was hierbij meestal matig. Met een depressie die van plan is boven Engeland rondjes te maken zijn we de eerstvolgende twee dagen nog wel even zoet. Voor details zien de weerkaarten er mij wat te gecompliceerd uit maar dat er regionaal best flink wat hemelwater naar omlaag zal komen lijkt erg waarschijnlijk.