In de tweede en derde decade van maart stond ik 22 dagen lang op de latten in Noord-Zweden (voor de kenners: Padjelanta Nationaal Park en ruime omgeving). Het was voor mezelf een tocht als deel van m'n professionele activiteiten (ik besef dat ik veel geluk heb dat ik deze reis kon maken, ook al is het voor de rest een rampjaar). Een deel van de tocht legde ik solo af, een deel met een vriendin uit Zweden.
De hele periode werd in Noord-Scandinavië gekenmerkt door sterke depressie-invloed. De eerste week in een soort barometrisch moeras met vaak bewolkt weer met geregeld verse sneeuw, maar vrijwel zonder wind. De temperaturen lagen toen meestal rond -5°C a -10°C en met tijdens heldere nachten tweemaal een uitschieter richting -25°C. De tweede en derde week was het zeer zacht (overdag vaak rond het vriespunt) en vooral extreem winderig, met vrijwel dagelijks windsnelheden boven de 70-80km/h in de bergen met vaak whiteouts; en eenmaal een echt spectaculaire storm met windsnelheden tot (zo schat ik) 130km/h - extreem indrukwekkend om mee te maken met enorme sneeuwjacht, gelukkig zaten we toen in een piepkleine hut om de nacht door te brengen. Buiten kon je je enkel al kruipend voortbewegen, en de tent was ongetwijfeld aan flarden gewaaid.
Op de hele reis uiteindelijk maar 3 echt mooie dagen gehad, maar ook tussendoor was het door dat dynamische weer vaak genieten met korte zonnige periodes en heel mooi licht. Op de hele reis 5 mensen gezien, waarvan 4 op dezelfde dag.