Vanochtend ziet het er weer koud uit in de run van het GFS en UKMO. In plaats ervan hierover te klagen of het te bejubelen deel ik graag een paar observaties en gedachten.
Ten eerste de natuur. De ontwikkeling verloopt trager, maar de beleving van deze prachtige periode wordt er wel veel intenser door. De tulpen bloeien veel langer dan normaal, evenals de magnolia, de forsitia en de fruitbomen. Anders dan andere jaren racen we niet door het lenteseizoen heen.
Verder: ook al is het te koud voor de tijd van het jaar, de dagen worden gewoon langer, de zonnekracht sterker. Veel meer licht en zonnewarmte, steeds meer gelegenheid om ervan te genieten. Het contrast met de koude lucht maakt nou precies wat lente bij uitstek is.
De zomer komt vanzelf wel, een cliché maar misschien wel meer waar dan het lijkt. Zo veel lentekou is in het verleden gevolgd door prachtige zomers, ik denk in de gauwigheid aan 1973, 1975, 1976, 1983, 1991 en 2013. We hebben al knipogen mogen beleven in februari en maart, een koude april doet helemaal niets van de zomerkansen af.
Met frisse moed sla ik mij dus weer door de volgende dip heen: hoe koud het ook wordt, de winter is nu toch echt voorbij.
Hier sluit ik me dan weer volledig bij aan. Een positieve kijk op de zaak. Wat zal het straks genieten zijn als het ‘opeens’ warm wordt en gelijk goed warm in combinatie met de al veel langere dagen. En dan de fris groene bladeren aan de bomen aanschouwen wetende dat het al mei is en de zomer aan de deur klopt. Mooi bericht Paul 