Ik kreeg van Rutger uit Meppel een jaar geleden een terechtwijzing omdat ik de temperaturen in de weerhut van De Bilt vergeleek met de output van de modellen (in dat geval GFS) voor wat betreft de temperatuur op 2 meter hoogte. Zijn argument was dat de modellen een gemiddelde berekenen voor een roosterpunt, in de praktijk een oppervlakte van honderden hectares, zo niet meer. De weerhut is geplaatst op een voor de modellen niet representatief terrein, namelijjk een open grasland. In de praktijk hebben we per roosterpunt niet alleen te maken met graslanden, maar ook met bossen, bebouwing enzovoort.
Dat het GFS (T 2 m hoogte!) ernstig afwijkt in de koude periode kan herleid worden op de afwijking van de temperaturen op open terreinen onder stralingsomstandigheden, vergeleken met bossen en woonwijken. Het hoeft dus niet per se te maken te hebben met minder presteren van het model. In eerste instantie is het daarom voor het inzicht in de prestaties van de modellen beter te kijken naar hogere luchtlagen, ik geef een plaatje voor +192 uur. Daarin zien we dat het GFS maar weinig minder presteert dan ECMWF.
Overigens is mij niet duidelijk voor welke termijn je de modellen verifieert.