Het is ‘te koud’ voor de tijd van het jaar. Maar: ‘De natuur staat ongeveer waar hij hoort te staan. Vijftig jaar geleden was dit normaal.’
De beuk laat nog geen blad zien. Bij de magnolia zitten de bloemen nog aan de takken, alhoewel hun witte kleur al dof en bruin is worden. Het zijn signalen dat het te koud is voor de tijd van het jaar. In combinatie met de warme dagen eerder dit jaar is het voor de natuur hollen en stilstaan.
De temperatuur in april is waarschijnlijk ruim 3 graden lager dan normaal, zegt Arnold van Vliet, bioloog aan de Wageningen Universiteit en gespecialiseerd in onder meer de jaarlijks terugkerende verschijnselen zoals de bloei van planten, het arriveren van trekvogels en het uitvliegen van de vlinders.
Gemiddeld wordt het deze maand 6,5 graden, schat Van Vliet. In de afgelopen dertig jaar was de gemiddelde temperatuur in april flink hoger: 9,8 graden. “Als je de ranglijst bekijkt van warmste aprilmaanden sinds 1706, dan staat 2021 op nummer 274, dus bijna onderaan”, zegt Van Vliet. April van dit jaar lijkt de koudste maand te worden van de afgelopen dertig jaar, voegt Peter Siegmund van het KNMI daar aan toe. Hij wijst de gure wind uit het noorden aan als de boosdoener.
Het effect van de kou in april is dat de natuur in een slow-motion terecht is gekomen. In februari was er een week vorst en daarna was het een aantal dagen flink warmer dan normaal. Eind maart waren de temperaturen ook hoger dan gemiddeld. De warme dagen gaven de planten een enorme stimulans, maar die zijn nu weer in een soort winterslaap terecht gekomen. De natuur is drie tot vier weken later dan vorig jaar toen het 1,7 graden warmer was dan normaal. Van Vliet: “De ontwikkeling van veel bomen, struiken en planten staat vrijwel stil.”
Erg is dat niet, zegt de bioloog, want de warmte van voorlente en de kou van nu houden elkaar redelijk in balans. “De natuur staat ongeveer waar hij hoort te staan. Vijftig jaar geleden was dit normaal.” Wel lijden fruitbomen mogelijk schade, zegt hij. “De bloesem van pruimen en kersen, dat is zeer kwetsbaar spul.”
De meeste dieren gaan ook bij de iets lagere temperaturen hun gang. Dat bleek afgelopen weekeinde bij de jaarlijkse bijentelling. Bijenexperts hadden verwacht dat bijvoorbeeld hommels het moeilijk zouden hebben door de kou, maar er werden meer geteld dan vorig jaar.
Van Vliet betwijfelt of alle insecten de kou en hagel hebben doorstaan: “Ze zijn dit jaar vroeg wakker geworden en moeten zien te overleven. Dat gaat, denk ik, met wisselend succes.”
Voor weidevogels is de late ontwikkeling van de natuur gunstig. Het gras groeit traag en boeren maaien later waardoor de jonge kuikens meer kans hebben om in leven te blijven. “Maar dan moet het weer niet te droog zijn”, relativeert Van Vliet. “Bij droogte kruipt hun voer, de worm, dieper de grond in.” Ook de koolmees profiteert dit jaar. Door de warme dagen in februari en maart hebben zij vroeg een flinke hoeveelheid rupsen te eten.
Ondanks de balans tussen warme en koude dagen is bioloog van Vliet nieuwsgierig naar het antwoord op de vraag of de grote temperatuurschommelingen toch nog een onverwacht effect hebben. “Dat weten we pas later en is super-interessant.” Over wat de lage temperaturen van april zeggen over de rest van het jaar, is Van Vliet duidelijk: “Niets.”
---------------------------------------
Gisteren las ik een aantal berichten dat men zich zorgen maakt over de natuur. Dat is niet nodig. Bovendien met een biologische bril op, interessant om te volgen.