In het (late) voorjaar vormt "thermiek" een belangrijke trigger, in combinatie met koude bovenlucht. Met een relatief sterke stroming vanuit zee zal de energie dieper in het binnenland pas voldoende zijn om de strakke stroming te overbruggen. Ook het samenspel van reliëfverschillen (GB versus de zee) in combinatie met de atmosferische stromingen zorgen voor clustering van buiencomplexen op specifieke locaties.