Zondag 4 juni 2000 SERRES MET GEBROKEN GLAZEN
Heh, heh, was me dat nog eens een lekker potje onweer gisterenavond! Ik moet wel eerlijk bekennen dat de waarnemer van dienst net de deur uit was toen van uit het zuiden een donkere lucht is komen opzetten. Bij aankomst te Aalst – zo’n 10 kilometer ten oost – noordoosten van hier – begon het ook al te regenen en te bliksemen. Toen het even later begon te stortregenen kon ik enkel hopen dat Hillegem eindelijk ook nog eens in de prijzen zou vallen. De bliksemactiviteit mocht er best wezen met tijdens het hoogtepunt zo’n vijf ontladingen per minuut, ook te Gent kunnen ze daar van meespreken waar een school na blikseminslag gedeeltelijk in de as werd gelegd. Bij thuiskomst nam een glunderende weeramateur dadelijk contact op met z’n vriend Steven te Geraardsbergen die eerder die avond reeds 19 mm hemelwater in zijn pluvio zag donderen, en dat zelfs in de tijdspanne van nog geen half uur. Wel, volgens getuigen viel er te Hillegem in ongeveer dezelfde tijdspanne de hele dagsom naar beneden. Die dagsom hield ik dus in m’n hand om, ondanks het late uur (22:30), Steven hiervan op de hoogte te brengen want die som bedroeg zo eventjes 22 millimeter! Van het koufront, waarvan er in het avondjournaal zo veel ‘tamtam’ werd gemaakt, hebben we niets maar dan ook niets gemerkt! Tja, ’t was zo al erg genoeg want her en der zaten ze ofwel met hun voeten in het water – regio Geraardsbergen, Oudenaarde, Ronse, Mechelen – of waren ze druk bezig naar de blutsen te kijken die hagelstenen op het koetswerk van de wagen hebben achtergelaten. In de buurt van Meise en Londerzeel waren het ‘king-size’ hagelbollen van zowat vijf centimeter dik. En laat het nu net de streek zijn waar veel aan druiventeelt wordt gedaan, veel serres met gebroken glazen dus. Hier is enkel een opnieuw scheefstaande kerselaar een stille getuige van het onweer van gisteren want naast de stortvloed was er ook een tot 60 km/u piekende wind die de regen zelfs door de spleet tussen garagepoort en de dorpel heeft gejaagd zodat de weeramateur van dienst bij het zien van de waterplas in de garage meteen een brede smile op zijn gezicht toverde. In de loop van de nacht klaarde het geleidelijk op maar er bleef nog genoeg bewolking aanwezig om de minimumtemperatuur hoog te houden. Het zag er vanochtend goed uit en zo is het ook verlopen, ginds te Nevele – Landegem waar de ‘buitenbeentjes’ hun wandeltocht hebben georganiseerd. Deze voerde ons langsheen een zeer landelijke omgeving die nog duidelijk sporen vertoonde van de ‘kanaalrat’ van vorige zondag. Een – weliswaar verkommerde – grote schuur van een boerderij was de helft van zijn dak kwijt en in totaal telde ik drie populieren die met wortel en al uit de grond waren gewaaid. Het was dus heerlijk wandelweer bij flink wat zon, een welkome westzuidwestelijke bries en net geen 21° op de thermometer. Zo nu en dan hielpen groepjes cumuli om ons af te koelen, in de loop van de namiddag werden die trouwens alsmaar minder in getale. Voor de volgende drasj’* moeten we mogelijk niet eens zo lang wachten. Een golfstoring boven de Golf van Biskaje is van plan om vooral het midden en westen van het land – ik zeg dus duidelijk ‘westen’ Eddy – te trakteren op een neerslagsom die mogelijk nog hoger zou kunnen uitvallen dan die van gisteren. Althans wat Hillegem betreft want die 50 mm die onze vriend Lucien Bogaerts uit Rijmenam bij Mechelen gisteren uit zijn pluvio heeft mogen kieperen, zie ik niet zo vlug meer te overtreffen. Het AVN model heeft het toch over een neerslagsom die tegen morgenavond tot om en bij de dertig millimeter zou kunnen oplopen. Ik wil hierbij zeker niet nalaten om het MRF model te feliciteren die dit reeds in het begin van de voorbije week heeft voorzien! Als MRF het ook voor de volgende zondag bij het rechte eind heeft, mogen we onze volgende wandeltocht vergeten. Tot slot vind ik het jammer dat m’n Netscape browser het ineens leuk heeft gevonden in de clinch te gaan met het besturingssysteem van mijn pc. Net nu ik deze na vier jaar ga vervangen. Zouden pc’s ook gevoelens hebben????
*stortbui
Zaterdag 2 juni 2001 ANOTHER DAY ON THE KILLING FIELDS
Als een doorweekt hoopje ellende stapte ik rond de middag de wagen in op weg naar huis. Dit na een voormiddag met haast continue regen waarvan ik bijna elke druppel gevoeld heb. Just another day on the Killing Fields zeg maar. En zeggen dat ik me vanochtend afvroeg waar dat koufront gebleven was. In de pluvio zat toen nog niet eens twee millimeter neerslag. De oogst van het warmtefront die wat langer dan voorzien boven onze contreien blijven slepen was. Dat hebben ze vooral in het noorden van het land geweten, daar was tegen de ochtend al tien liter neerslag naar beneden gekomen. Voor een warmtefront kan dat al tellen. De dag begon met een zwaarbewolkte lucht waarvan echter niet veel dreiging uit ging. Vanaf halfnegen kwam er verandering in de zaak toen de lucht in het westen alsmaar donkerder werd. Daar was ons koufront dan en meteen zette deze de beuk er in met pittige regen en een toenemende zuidwester. Op dat moment zat ik op een of ander toestel achteraan de tractor. De werkzaamheden konden niet worden stop gezet en ik zag de bui letterlijk en figuurlijk al hangen. Rond tienen barstte boven Landskouter een stortbui los waarbij het zicht tot een vijfhonderdtal meter terugliep. Nu, natter kon ik niet meer worden en liet de natuurelementen gelaten over me heen gaan. Na deze bui kalmeerde de zaak wat en bleef het voor de rest bij een afwisseling van perioden met lichte regen en nog een enkele pittige bui. Na de middag durfde de zon zich al eens heel even met het weergebeuren bemoeien wat vervolgens prompt met een nieuwe bui bestraft werd. Tijdens zo’n bui haalde de wind even na vijven uit tot 50 km/u. Pas tegen waarnemingstijd begon het van het westen uit geleidelijk aan op te klaren. We zijn dus volop in een thermische crisis beland, van een tiental graden vanochtend is het kwik zoals verwacht niet aan vijftien graden geraakt. Morgen gaan we nog iets dieper het dal in en verwacht men niet eens veertien graden als maximum. Ik geloof wel dat we het daarmee voorlopig hebben gehad, als ik de kaarten van het Met Office mag geloven tenminste. Tot woensdagmiddag blijven we grotendeels buiten schot van buienlijnen of fronten terwijl de temperatuur aan een opleving toe is. Als het meezit halen we op dinsdag misschien zelfs twintig graden. Enfin, als het op maandag maar droog blijft. De beukenhaag is immers dringend aan een scheerbeurt toe en er staan nog tal van andere tuinwerkjes te wachten. Voor de landbouwers is de regen van vandaag erg welkom en dit ondanks het feit dat deze enkele weken terug nog aan de klaagmuur stonden wegens te veel, hoe gek het ook mag klinken. Met een etmaalsom van tien millimeter is het hier in ieder geval van half april geleden dat er nog eens zo veel in het groene bakje terecht gekomen is.
Maandag 3 juni 2002 NIAGARAWATERVALLEN
Helaas, helaas, schrijver dezes heeft zijn afspraak met de fanfare weer eens gemist. Dit na een ganse dag vruchteloos vanuit het bureel te Brussel naar de zuidwestelijke einder te hebben gestaard. Enfin, niet continue want anders zou het onweer wel eens vanuit een heel andere hoek hebben kunnen komen. Dat er nog niet meteen animo zat aan te komen werd vanochtend duidelijk nadat ik rond halfzes, kort voor het vertrek richting station, eventjes de pc had opgestart om een snelle blik op de bliksemkaart en het satellietbeeld te werpen. De onweershaarden bevonden zich op dat moment boven het westelijk deel van Frankrijk terwijl een aparte kern het zuidoosten van Engeland vervroegd uit zijn nachtrust deed ontwaken. Voorts kraakte het op de middengolf zo nu en dan terwijl het zwerk al goed gevuld was met altocumulus en konsoorten. Van enkele openingen in het oosten profiteerde de opkomende zon om de zaak extra ‘glans’ te geven. Tja, fototoestel niet bij en de rest van het verhaal kennen de trouwe lezers wel zeker. Tot het tijdstip dat ik de bedrijfsuitgang achter mij liet – zo iets voor vieren ’s namiddags - bleef de lucht boven de Hoofdstad meestal bedekt met een dunne laag cirrostratus waar doorheen een diffuus zonnetje de zaak nog aardig op temperatuur heeft kunnen brengen. In het verre zuidwesten dreven af en toe nog enkele partijen altocumulus langs maar het verticale werk bleef achterwege. Een telefoontje naar de thuisbasis zo halverwege de dag leerde me dat het weerbeeld te Hillegem niet veel verschillen vertoonde met die te Brussel. In thermometerhut steeg het kwik trouwens nog naar een warme vijfentwintiger terwijl het met bijna dertien graden tijdens de afgelopen nacht ook allesbehalve aan de frisse kant is geweest. Toen de trein even na vieren het Brusselse zuidstation verliet werd duidelijk dat er in het zuidwesten iets aan het broeien was. Hoe verder we richting Denderleeuw spoorden hoe donkerder het luchtruim er begon uit te zien. Even voorbij Denderleeuw werden de hemelsluizen wagenwijd open gezet, vooral in de buurt van Ede was het hemelwater zeer goedkoop. Ik durf het zelfs hebben over wolkbreukactiviteit waarbij de neerslag ook met hagel gepaard ging. Een heleboel sukkels zonder paraplu stonden met zijn allen opeengepakt in het wachthokje aldaar ongewild intiem te wezen. Anderen, eveneens zonder paraplu, waagden alsnog de voettocht naar huis en zagen er na enkele seconden uit alsof ze persoonlijk met de Niagarawatervallen kennis hadden gemaakt. En de elektrische activiteit? Wel, die bleef met sporadisch geflits eerder beperkt. Toen ik rond vijven te Herzele aan kwam was de show helaas net voorbij en was wat verwijderd gerommel en het zicht op indrukwekkende mamatus het enige dat mij nog werd nagelaten. Een inspectiebeurt van de regenmeter vertelde me evenwel dat hier het met zo’n slordige vier millimeter zeker niet zo hevig aan toe zal zijn gegaan als te Ede waar er minstens een vijftiental liter naar beneden moet zijn gedonderd. Ook de wind speelde niet echt mee in het verhaal en is pas lang na het onweer – rond halfzeven – wat meer komen opzetten en dit uit het zuidwesten terwijl dit tot voor kort nog hoofdzakelijk uit zuidoostelijke richting was. Na de doortocht van het onweer klaarde het geleidelijk op en brak de zon rond zessen opnieuw door. Met zo’n zestien graden is het inmiddels al voelbaar frisser geworden, we kunnen er maar best meteen aan wennen want de rest van de week ziet er op thermisch vlak niet veelbelovend uit. En dan nog maar gezwegen van de rest.
Maandag 2 juni 2003 VOORUITGETRILD
Was het intuïtie of een voorgevoel die me gisterenavond kort na tienen deed besluiten om me in de tuinzetel op het terras te installeren i.p.v. onder de lakens te kruipen? Hm, ik geloof het niet echt want primo was het in de slaapkamer veel te warm en secundo, had ik vlak voordien een blik op het laatste satellietbeeld geworpen en boven Frankrijk zeer interessante dingen gezien. Iets voor komende nacht, dacht ik zo. Nog maar pas neergezeten zag ik evenwel het zuidelijk zwerk tot mijn niet geringe verbazing ‘oplichten’ wat natuurlijk het sein was om een spurt richting weerkamer in te zetten en opnieuw de nodige bronnen te gaan raadplegen. Het bleek om een erg jong en explosief geval te zijn die het levenslicht zag in de omgeving van Ronse en van ginds uit in noordelijke richting trekkend op Hillegem leek af te stevenen. Nou, dat zou even genieten worden dacht schrijver dezes en ging zich weer gauw in de tuinzetel nestelen om met smachtende blikken en grote verwachtingen de zuidelijke einder af te speuren. Een uur en veel wolk-wolk ontladingen later werd ik echter figuurlijk nattigheid gewaar en trok terug pc – waarts om met afgrijzen vast te stellen dat het ding, dat op het neerslagradarbeeld flink wat zwarte stippen achterliet, rakelings ten westen van Hillegem richting Gent trok om er even later onze werkgroepleider* te Zomergem op een volgens hem ongekend zwaar onweer te trakteren:
” Het onweer was ongemeen hevig te noemen! De lucht stond constant in vuur, de ene verticale na de andere sloeg in een straal van 500 meter overal rond ons in, daarbij meermalen opflikkerend. Op een gegeven moment werd het zo benauwelijk dat het leek alsof mortieren op ons huis werden afgeschoten! De bliksems maakten een scherp fluitend geluid en het onweer zelf was oorverdovend. Alles in huis stond te trillen, de grote wijzer van de klok in de living is zelfs vijf minuten "vooruitgetrild" ... Ik heb dan ook alle stekkers uitgetrokken, zelfs die van onze diepvries, iets wat ik nog niet eerder heb gedaan. Tijdens het onweer is nog te vermelden dat ik voor het eerst in mijn leven ook een parelsnoer-bliksem zag! Werkelijke adembenemend. Deze was rond 23.50 uur te zien in het noorden, richting Ursel. De duur van de bui viel ook op: zo'n vol half uur, waarvan 20 minuten slagregens een 19 mm achterlieten in de pluvio! Dat was trouwens ook net even teveel voor het dak van onze veranda: de afvoer kon die toevloed niet aan en het water kletste achter de overloop, via de
muur onze veranda binnen. We hebben nog tot 00.30 uur kunnen staan dweilen, maar ... toch een bui die voor herhaling vatbaar is!”
Klonk het aldaar. Terwijl Geert zich ‘kostelijk amuseerde’ had het gros van de weeramateurs elders ten velde er enkel het kijken naar en bleef het op vele plaatsen gewoonweg droog. Een tweede complex die kort na eerstgenoemde boven de omgeving van Denderwindeke en Vollezele is ontstaan trok eveneens noordwaarts en loosde vooral boven de driehoek Aalst – Ninove – Asse gedurende korte tijd een flinke plens hemelwater. Met een naflikkerend en grommend noordoostelijk zwerk besloot ik kort na middernacht dan maar om me aan Morpheus over te geven. Voornoemde bleek echter niet thuis en het werd een erg ‘woelige’ nacht. Zeker met het feit dat het boven Frankrijk nog steeds aan het ‘stomen’ was en de zaak in noordelijke richting leek op te schuiven deed mijn hoop dat de fanfare alsnog langs zou komen opnieuw toenemen. Tja, waarom het tijdens de rest van de nacht enkel in het bed van naïeveling dezes onrustig is verlopen werd vanochtend duidelijk toen ik een aantal beelden die dezelfde periode overlapten, de revue liet passeren. De hele klerewinkel was gewoonweg in mekaar gaan schrompelen! Met een humeur die op een maandagochtend toch nooit ‘dat’ is geweest trok onze gefrustreerde waarnemer naar het station voor de dagelijkse treinrit richting Brussel. Veel beter is die er tijdens het dagverloop niet op geworden want zoals ik gisteren had gevreesd is de vore die ons meer electriciteit had moeten leveren, op het verkeerde tijdstip (in de loop van de late voormiddag neem ik aan) over Vlaanderen getrokken. Na nog enkele opklaringen tijdens dewelke het kwik, die de afgelopen nacht overigens behoorlijk op peil is gebleven, tot net geen vijfentwintig graden opliep, ging het na elven op zowat alle terrein bergafwaarts waarbij het tussen half één en twee enige tijd heeft geregend, goed voor de weinig tot de verbeelding sprekende neerslagsom van anderhalve millimeter. De rest van de namiddag bleef het zwaar bewolkt waarbij de temperatuur geleidelijk naar beneden is gegaan en tegen vijven slechts een achttiental graden meer bedroeg. Dit bij een tijdelijk aanzettende wind en naar westelijke richting ruimende wind. Achter het koufront dat geruisloos is voorbij getrokken klaarde het vervolgens kort voor zevenen wat op en boekte het kwik in extremis nog een graadje winst. Over morgen ga ik me voorlopig niet al te druk maken, het verleden heeft me immers geleerd dat hoe lager de verwachtingen gespannen staan hoe beter de ‘bediening’ is. Waarom schrijver dezes bij het zien van een onbeduidend geel stipje op het beeld van de bliksemdedector dan telkens weer in een onverantwoorde vorm van extase geraakt zal ie vrees ik nooit zelf achter komen.
*Geert Naessens (Radio2 weerman)
DINSDAG 1 JUNI 2004 WACHTEN OP GODOT
Ook vandaag rammelde het weerscenario langs alle kanten. Schuldige was deze keer een nukkige occlusie die slechts schoorvoetend de Frans-Belgische grens overstak en vervolgens grotendeels is gaan oplossen. Op de neerslag was het dus zoals wachten op Godot. Zij die de weinige regen die er tijdens de voorbije maand gevallen is, reeds na een natte tweedaagse beu waren, zijn er bepaald niet rouwig om geweest. De daglichtperiode ving tamelijk bewolkt aan, veelal altocumulusvelden die aanvankelijk aardig wat afstoppingswerk hebben verricht maar in de loop van de dag grotendeels gingen oplossen en plaats maken voor ordinaire cumuli. Het gevolg was vooral op thermisch vlak merkbaar, van een ochtendlijke tien ging het kwik gezwind de hoogte in om tegen halfweg de namiddag een maximum van iets meer dan tweeëntwintig graden te bereiken. Aan het eind van de namiddag leek er dan alsnog schot in de frontale zaak te komen toen er tegen vieren een nogal onstabiel-chaotisch uitziend altocumulusdek vanuit het zuiden langzaam naderbij kwam schuiven en de zon uit beeld duwde. De compacte wolkenmassa maakte na verloop van tijd echter geen vorderingen meer en is zowat ter plaatse blijven hangen waarna de bewolking in de loop van de avond ging verbrokkelen. Wat morgen betreft hou ik het voorlopig bij vrij wat bewolking. Of het GFS die boven onze omgeving neerslagimpulsen geeft, het bij het rechte eind zal hebben, valt nog af te wachten. Donderdag lijkt me een best aardige dag te zullen worden maar gezien de warboel van de voorbije achtenveertig uur, kijk ik ook voor die dag nog de kat uit de boom. Wel blijven de prognoses op langere termijn het houden op een overschakeling naar een beduidend warmer weertype. Een korte terugblik op de voorbije maand mei leert ons dat deze globaal genomen aan de (te) koude kant was. Vooral de minima waren in vergelijking met het Hillegems gemiddelde – die nu al een periode van zo’n zeventien jaar overlapt – behoorlijk laag met een negatieve afwijking van drie graden. De laatste meidecade werd overigens, zij het nipt, gemiddeld de koudste sinds hier met waarnemingen werd gestart. De neerslaghoeveelheid is een ander paar mouwen, tijdens de voorbije twee dagen werd het maandtotaal immers bijna verdubbeld zodat mei 2004 met 61.9 mm als normaal in de tabellen verdwijnt.
VRIJDAG 3 JUNI 2005 EEN BODEMPJE HEMELWATER
“Ze zen der veneir neevest”* zal het hier in de streek deze namiddag meermaals hebben geklonken. Van onweer is er immers niets in huis gekomen, we konden we ons, net als Peter te Gent, enkel vergapen aan een massieve ijskap die tussen vier en vijf het noordwestelijk zwerk domineerde en afkomstig was van een zware onweersbui die over de Kuststreek naar het noordoosten trok. Boven het zuidelijke deel van de Noordzee zijn trouwens zowat heel de dag onweerscomplexen de revue gepasseerd. Na een zonnige voormiddag nam de bewolking tijdens de namiddag op hoog en middelhoog niveau wat toe maar zonder dat de zon veel terrein prijs moest geven. Er stond weliswaar behoorlijk wat wind maar met vijventwintig graden was het buiten best aangenaam vertoeven. Tijdens de tweede helft van de namiddag begon het zwerk zowel in het zuiden als noorden er tamelijk donker uit te zien met deze regio er mooi tussenin. Dit bij een verder aanwakkerende zuidenwind met pieken tot meer dan 50 km/u. Tussen vijf en half zes werd het hier zelfs opnieuw zonnig, iets wat schrijver dezes uitzonderlijk niet kon appreciëren. Het zag er bovendien niet meteen naar uit dat er nog iets uit de onweersbus zou vallen. Mij restte voorlopig niets anders dan met de verrekijker naar jonge, zich volop ontwikkelende cellen aan de zuidflank van voornoemde onweersbui te kijken. Rond kwart voor zes ging het dan ineens tamelijk snel, een buienlijn naderde gezwind vanuit het westen en kleurde het zwerk donker met aan de voorzijde zelfs arcus. Een kwartiertje later begon het vervolgens te regenen, de druppels waren van respectabele grootte terwijl de intensiteit er best mocht zijn maar alles bij mekaar genomen stelde het allemaal maar bitter weinig voor. Geeneens vijf minuutjes later was het alweer afgelopen en stond ik met de schamele buit in mijn rechterhand, een bodempje hemelwater. Het enige gerommel dat zo nu en dan tijdens de bui weerklonk was afkomstig van mijn lege maag wachtend op de pizza die op dat moment in de oven zat. De rest van de avond bleef het zwaar bewolk