De problemen met net-invoeding zijn meestal "termijnproblemen" nl dat de netbeheerder soms geen toestemming geeft (of mag geven) voor het bouwen van bv een zonnepark of plaatsen van een windmolen. De netbeheerder mag nl geen gebruik maken van de complementariteit van zon en wind. Uit duits Fraunhofer onderzoek blijkt dat als je zon-instraling maximaal is er meestal slechts weinig wind is en omgekeerd. Maar de netbeheerder moet de maximale vermogens van beide bij elkaar optellen en het totaal vergelijken met de net-capaciteit. Hierdoor worden veel projecten afgewezen die eigenlijk nauwelijks een risico zouden vormen.
Er worden wel enige maatregelen uitgedacht om ook de instantane problematiek op te lossen, zoals bv het afschakelen van zonneparken op piekmomenten, maar dat staat nog in de kinderschoenen en bovendien is er dan ook nog een rangorde vraagstuk: welk park, of op lokaal niveau welke panelen in de straat ga je afkoppelen. De huishoudens aan het eind van de kabel zitten van nature al op lagere spanning dus hun panelen kunnen langer blijven leveren. Is dat eerlijk?
De netbeheerder weet eigenlijk veel minder van zijn net dan we denken: de meeste trafo's zijn nog dom en passief. De uitrol van slimme trafo's is pas sinds een jaar of wat begonnen en dat gaat over tienduizenden trafo's ad tienduizenden euro's per stuk. Bovendien mag de netbeheerder eigenlijk niet ingrijpen (aftappen bij overschotten of bijpompen bij tekorten) want dat is markt-beïnvloeding en dat is voor netbeheerders verboden terrein. Kortom
er ligt nog een wereld aan interessante problemen.
( 157)