Ik volg het weer nu al sinds 2010, en het valt me bij warmte-onweer telkens op dat de stroming er echt toe doet voor waar de meeste neerslag gaat vallen.
Bij een stroming uit het zuiden, dus zeg maar het typische Spaanse Pluim-onweer, valt het me op dat het accent van het onweer vaak ofwel meer naar het noorden en westen van de Benelux ligt, ofwel dieper in Duitsland/Frankrijk/Ardennen/Eifel. Maar het gehele zuidoosten van Nederland en de Belgische provincies Antwerpen, Vlaams-Brabant en Limburg krijgen in zo'n setting vrijwel nooit iets noemenswaardigs aan neerslag.
Bij een stroming tussen NW en O - kortom het Ostgewitter - is het totaal anders. Dan zie je juist wel vaak dat bovengenoemde gebieden de jackpot krijgen, maar het noorden en noordwesten van België en Nederland vrijwel niets.
Wat is hier de weerkundige verklaring voor? En ik heb het idee dat Ostgewitters de laatste jaren steeds minder vaak voorkomen als vorm van warmte-onweer en dat het steeds vaker de Spanish Plume-onweersvariant wordt. Is dit ook statistisch te onderbouwen?