Deze gebeurtenis lijkt me een samenspel van een aantal factoren die op zichzelf niet bijzonder zijn, maar bij elkaar genomen wel voor een ramp zorgen:
- Er was sprake van een afgesnoerd hoogtelaag dat boven Centraal-Europa bleef hangen, hoewel die trage verplaatsing normaal is voor de meeste koudeputten.
- De lucht was erg vochtig, in het noorden van Duitsland zie je dauwpunten van 18-20 graden Celsius. De hoeveelheid water in een verticale kolom bedroeg 40-45 mm/m^2 en dat is vrij hoog, maar niet uitzonderlijk.
- Aan de noordzijde van het hoogtelaag ontstond een randdepressie. Normaal worden die snel meegevoerd door de straalstroom, maar aan de noordkant van een afgesnoerde koudeput is die vrijwel afwezig. De depressie zat in de luwte en had dus een lage treksnelheid.
- Er was onder andere op het 850 hPa vlak sprake van een groot temperatuurverschil over een korte afstand. Er was niet heel veel wind, maar mede dankzij het Britse hoog stonden de 850 hPa hoogtelijnen (de wind waait doorgaans parallel aan deze hoogtelijnen) over een groot gebied dwars op de 850 hPa temperatuurlijnen. In combinatie met het grote temperatuurverschil zorgde dit voor sterke opglijding op grote schaal. Aangezien de lucht ook erg vochtig was resulteerde dit in hoge neerslagintensiteiten.
Kortom: een samenspel van vochtige lucht, sterkte opglijding en een depressie die bleef hangen boven een gebied dat dankzij de heuvels gevoelig is voor overstromingen. Ik heb niet de kennis om vast te stellen of deze situatie een gevolg is van klimaatverandering, maar het kan wel zo zijn dat deze situatie dankzij klimaatverandering vaker voorkomt en ook verergerd wordt als het optreedt.
Als het temperatuurverschil tussen de evenaar en de polen afneemt, zal de straalstroom zwakker worden en vermoedelijk meer gaan slingeren. Dat zorgt voor meer noord-zuid gerichte stromingen en kan lokaal voor sterkere temperatuurcontrasten zorgen. Mogelijk ontstaan er dan bijvoorbeeld vaker afgesnoerde koudeputten. En hogere temperaturen zorgen ook voor meer verdamping en daarmee voor meer vocht in de lucht, wat de intensiteit van de neerslag kan verhogen.





