Tijdens de zogenaamde hondsdagen (20 juli t/m 20 augustus) is er nog nooit officieel vorst gemeten in Nederland. Ook geen vorst aan de grond, hoewel die metingen pas in 1971 zijn begonnen. Mogelijk dat het in de periode daarvoor wél tot vorst aan de grond is gekomen, maar dat weten we niet en zullen we ook nooit te weten komen.
Wat mij opvalt in de pluim van vanochtend zijn de mogelijk frisse nachten in de eerste dagen van augustus. De komende dagen komen we al in een merkbaar koudere luchtsoort terecht, maar daarbij is er ook regelmatig bewolking en bovendien een stevige wind. Begin augustus lijkt het - zeker 's nachts - meer te gaan opklaringen en waarschijnlijk neemt de wind dan ook af. Een ideaal recept voor behoorlijk frisse nachten.
Een week geleden (20 juli) werd het in Twente ook al behoorlijk koud aan de grond; minimaal 2,1°C. Het Europese weermodel ECMWF voorzag toen een minimumtemperatuur (op 2 meter hoogte) van zo'n 11 graden in die regio. Vanochtend komt het model voor 3 augustus met een minimumtemperatuur van 8 à 9 graden in die omgeving. Op basis daarvan zou je dus kunnen stellen dat met veel geluk het aan de grond een paar tienden kan gaan vriezen.
Kijken we nog wat verder terug in het archief, bijvoorbeeld naar 4 juli 2019, dan is ook daaruit af te leiden dat met veel geluk het aan de grond een klein beetje kan gaan vriezen. Op die datum was er een vrij gelijkaardige setting aanwezig op de weerkaarten. Een koude luchtsoort bereikte ons vanuit het noordwesten en onder heldere en rustige omstandigheden koelde het aan de grond af naar -1,6°C in Twente. De temperaturen op 1.500 meter hoogte lagen toen op 6 tot 8 graden, de voorspelling voor 3 augustus is 5 à 6 graden.
Voorlopig blijft het nog even afwachten of we echt in de buurt van het vriespunt gaan komen, maar het zou wel bijzonder zijn mocht het daadwerkelijk lukken.