Banjeren in de meteorologische porseleinkast

Bericht van: Harrie Laanstra , 17-09-2003 22:14 

Wat is er heerlijker dan met Zevenmijlslaarzen door de meteorologische porseleinkast te banjeren? Vandaar dat mij wel weer het nodige wettische ongeloof ten deel zal vallen bij het debiteren van onderstaande wetenschappelijk volstrekt onverantwoorde beweringen. Misschien vind je het toch leuk ze even te lezen. Al was het maar ter lering en vermaak.

Ik lees weer allerlei berichten van mensen die helemaal niks aan dit onbekommerde septemberweer vinden. Zelf kan ik mij daar niks bij voorstellen, want ik vind dit juist heel bruikbaar weer. En vanuit een oogpunt van het beschouwen van het weer ook interessant.

Het interessante eraan is, dat het eigenlijk helemaal niet zo vanzelfsprekend is, dat september ná een mooie zomer nog zomerse toegiften geeft. De mooiste zomers in de recente geschiedenis - laten we zeggen vanaf 1975 - kenden per september veelal een prompt afhaken van het zomerse weer. Niet zelden was september dan herfstachtig, nat, zeebuien. Waarom is het dit jaar toch niet die kant uitgegaan, kan je je afvragen. Voor mijzelf heb ik daar een antwoord op. Ik houd serieus rekening met de mogelijkheid, dat er iets in de door mij afgestofte theorie, dat er een genetische periodiciteitslijn in het zomerweer zit van (een veelvoud van) 6 jaar. 2003 zit dan in hetzelfde schuitje als 1997, 1991, 1985, 1979, 1973, 1967, 1961, 1955, 1949. Veel jaren daarin kenden in september nazomerse perioden, nadat de voorafgaande zomer reeds goed was geweest. Dit jaar zie je het weer!

Misschien vind je het leuk om nog een paar van zulke wetenswaardigheden te kennen, al was het alleen maar om er in de praktijk eens op te letten. Voor mijzelf pas ik onder meer ook altijd de 2 maandenregel voor de hoofdseizoenen toe. Daarin kan je (met de nodige nuances hoor) een verband herkennen tussen het weer van juli met dat van mei. En dat van augustus met dat van juni. Niet dat het weer zich dan kopieert, maar er is een verband.

Hetzelfde geldt in het winterseizoen mutatis mutandis tussen november en januari en december en februari. Hier speelt ook persistentie in weerpatronen mee. Het typische is nu, dat als je er op gaat letten, je vaak ziet dat persistentie in december in januari kan verdwijnen, om in februari weer te verschijnen.

In de jaren zeventig hoorde je vaak beweren - en het klopt ook als je het voor de 20e eeuw nagaat tot 1975 - dat de oneven jaren vaak mooie zomers geven en de even jaren minder mooie. Je hoort deze toen populaire stelregel eigenlijk nooit meer, in de kiem als 'ie gesmoord werd in....1976. Daarna heb ik hem tot op de dag van vandaag niet meer gehoord of gelezen, tot aan de vorige volzin toe dan.

Als het niet te oubollig is, zal ik nog wel eens een keer wat van deze in de dagelijkse praktijk zeer resultaatgerichte regeltjes melden.

O, ja. Een veel toegepaste regel van mijzelf is ook, dat veelal tot november het weer zich kan bewegen binnen een bepaald stramien, dat per de slachtmaand volkomen kan worden verlaten. In november begint voor mij dan ook altijd het winterhalfjaar met z'n geheel eigen stelsel van regels. Bijvoorbeeld dat je de voor de monitoring van het zomerhalfjaar toegepaste 6-jarige periodiciteitsregel dan moet vervangen door de 8-jarige.

Vraag me niet hoe het kan, maar profiteer ervan.


Banjeren in de meteorologische porseleinkast   ( 270)
Harrie Laanstra -- 17-09-2003 22:14
Re : Banjeren in de meteorologische porseleinkast   ( 198)
Marcus - Sleidinge (bij Gent) -- 17-09-2003 23:14
Re : Banjeren in de meteorologische porseleinkast   ( 184)
Harrie Laanstra -- 18-09-2003 05:48
Re : Banjeren in de meteorologische porseleinkast   ( 181)
Gea (Beilen) -- 18-09-2003 07:59