Die twee luchtlagen zijn meestal licht onstabiel van aard en omdat de ene tegen de andere opglijdt krijg je een soort golfeffect waarbij op de "golftop" de waterdamp door die optilling condenseert en zo de wolk vormt. In het dal is geen sprake van optilling en condenseert er dus ook geen waterdamp (dus geen wolkenvorming). De gecondenseerde golfvormige wolken staan haaks op de stroming, in een NW-stroming dus van ZW naar NO. Een grotere windsnelheid langs het grensvlak vergroot de afstand tussen de golven.
Quote selectie