Door hogere CO2 concentraties in de atmosfeer gaat de vegetatie (en dus ook bossen) sneller groeien. Op veel plaatsen wordt een 'vergroening' gemeten volgens satellietwaarnemingen.
Of dat een voortgaande of blijvende vergroening is valt te bezien. Het komt deels door de spontane reactie van de vegetatie, en deels door toegenomen landbouw, soms met behulp van irrigatie. Wanneer de frequentie van bosbranden toeneemt kunnen er mineralen uit de bodem weg gaan spoelen, waardoor de vegetatie zich minder goed kan herstellen. En in landbouwgebieden met irrigatie kan sprake zijn van roofbouw op fossiele watervoorraden, waardoor het gebied later niet meer geschikt is voor landbouw.